VOORBIJ HARLEM

Fort Tryon Park

Het meest noordelijke stuk van Manhattan, ten noorden van Harlem, staat zelden op het verlanglijstje van toeristen. Toch zijn er zeer aangename en pittoreske stukken. Er zijn twee prachtige parken met adembenemende uitzichten op de Hudson en de George Washington-brug. In Fort Tryon park ligt een bekend museum: the Cloisters, een stemmig gebouw opgetrokken uit de ruines van Franse en Spaanse kloosters. Het is een afdeling van het Metropolitan Museum en huisvest een mooie collectie van Middeleeuwse kunst, waarvan vrij veel van Vlaamse makelij.

The Cloisters

Manhattan was een dicht bebost eiland toen de eerste blanke kolonisten er voet aan wal zetten. Sindsdien zijn de bossen er aan een snel tempo verdwenen. Alleen de noordpunt van het eiland werd ongemoeid gelaten. Die plaats heet nu Inwood Hill park en is het tweede grootste park van Manhattan. In tegenstelling tot het grootste, Central Park, ziet het er nog min of meer uit als in de tijd toen de Lenape-indianen er jaagden. Het was hier dat Hollanders Manhattan ‘kochten’ van de indianen voor het equivalent van 24 dollar. Er hangt nog een plaat in het park om dat commercieel sukses te gedenken. Het gebied rond het park bleef dun bevolkt tot de subway werd gebouwd. Daarna spoelde de ene immigrantengolf na de andere noordwaarts. Ieren, Grieken, joden. Vanaf de jaren 1950 werd de influx overwegend latino. Eerst Cubanen en Puertoricanen, dan Dominicanen die nu de meerderheid vormen in Inwood. De drukke hoofdstraten, Broadway en Dyckman, ogen exotisch. De winkels zijn er goedkoop maar niet alle winkelmeisjes kunnen je in het Engels bestellen.

In Inwood loopt de metro bovengronds

De latino’s van Inwood maken gretig gebruik van de weiden en speelvelden aan de ingang van het park. Op zonnige weekends zie je er honderden ravotten, voetbal en baseball spelen, barbecuen. Je hebt er, net als in Fort Tryon park,  een overweldigend uitzicht op de Harlem river, de brede Hudson en de kliffen en bossen aan de overkant in New Jersey.

Baseball in Inwood Hill Park

Maar de westelijke helft van het park blijft, naar stadse normen, verlaten. Je kunt er soms lang tussen de oude bomen wandelen zonder iemand tegen te komen. Er is een moeras. Er zijn ravijnen en grotten die zelden geexploreerd worden. Alleen daklozen zoeken in die laatste soms een onderkomen. Jimmy Jarvis woonde zes jaar in een van die grotten. Hij was een talentvolle musicus die na een crisis in zijn leven had beslist om zich terug te trekken. De nood aan mensen om zich heen deed hem uiteindelijk verhuizen naar een tehuis voor daklozen in Harlem. In een park in die buurt kreeg hij een kogel door het hoofd. Dader spoorloos. Het jaar was 1989. De misdaad was veel hoger toen. In het verlaten Inwood Hill park was Jarvis veiliger dan in Harlem.

In Inwood Hill park kun je je ver van de stad wanen

De enigen die de westkant van het park vaak gebruiken, zijn de joggers. In 2004 werd een van hen vermoord. De zaak kreeg veel aandacht omdat de moord overdag in een stadspark gebeurde en het slachtoffer een mooie blonde 20-jarige studente was aan de bekende Juillard-muziekschool. Ze was gewurgd. De dader had haar lijk naakt geposeerd in een rustende houding en er bloembladjes rond gestrooid. Hij werd nooit gevonden. Sindsdien zijn er geen moorden meer gebeurd in Inwood Hill Park. Er wordt meer gejogd dan ooit.

Inwood Hill park en de Henry Hudson-brug naar de Bronx

Posted in parken | Tagged , , | Leave a comment

TIJDMACHINE

Ik zou er veel om geven om met een tijdmachine te reizen naar het New York van voor de Europese kolonisatie. Zo’n machine bestaat helaas niet maar er is wel een website waar je kunt horen wat er toen te horen was. Een auditieve brug naar 400 jaar geleden toen Manhattan nog “Mannahatta” heette (‘eiland van vele heuvels’, in de taal van de Lenape-indianen).

De website, https://unsung.nyc/ , beschrijft in beeld en vooral in klank hoe vier bekende plekken in Manhattan toen waren: Collect Pond Park in downtown (waar toen een groot meer was), het populaire High Line park, het Museum of Natural History in de Upper West Side en Inwood Hill Park, het meest noordelijke punt van het eiland. Dit laatste park is de enige plek in New York waar nog bomen staan die al groeiden voor de kolonisten arriveerden. De site combineert audio met 360 graden-video, degelijke research met “geinformeerde speculatie”. Het plan is om andere soundscapes toe te voegen en er een ‘virtual reality’-ervaring van te maken (waarin je zelf in het landschap lijkt te zijn). We zijn benieuwd.

Inwood Hill Park

Posted in Downtown, Upper West Side | Tagged | Leave a comment

KLEURIGE MUREN

New Street Art in my New York neighborhood Stapleton, in Staten Island.




Posted in Kunst in NY, Staten Island, Straatbeelden | Tagged , , | 1 Comment

HET MEISJE ZONDER VREES

Er zijn meer dan duizend standbeelden in New York. Het bekendste is natuurlijk het Statue of Liberty maar dat staat op een eilandje in de baai. Het populairste beeld in de stad zelf is “the charging bull” (de chargerende stier) in Bowling Green, het oudste parkje van de stad, vlak bij Wall Street.  Toeristen zijn er dol op maar ook financiële makelaars wrijven wel eens over de blinkende ballen van het beest wat naar het schijnt geluk brengt op de beurs.

Het beeld symboliseert de vitaliteit van Wall Street. Het werd ontworpen door de Italiaanse kunstenaar Arturo Di Modica die in 1987 in het holst van de nacht, kort nadat de beurs een zware klap had gekregen, het 3,5 ton-wegende gevaarte voor het beursgebouw liet neerzetten. Hij had daarvoor geen toestemming gevraagd en de stier werd dan ook prompt verwijderd. Maar in de korte tijd dat het beest er stond, was het al erg geliefd geworden. Op vraag van velen besloot de stad de stier van stal te halen en in Bowling Green te installeren.

Sinds 7 maart heeft de stier gezelschap: een bronzen meisje van een jaar op tien staart hem uitdagend aan, vuistjes in de heupen.  Ook deze nieuwe aanwinst is een mega-sukses. “Fearless Girl” (“het onbevreesde meisje”) is ontworpen door Kristen Visbal en betaald door State Street Global Advisors, een financiële firma die dank zij de massale aandacht voor het beeldje een buitengewone reclamestunt scoort.

Voor dit beeld was wel toestemming gevraagd maar slechts voor enkele dagen. Het is intussen echter zo populair geworden dat de burgemeester beloofd heeft dat het minstens een jaar mag blijven.

Wie daar niet blij mee is, is Arturo Di Modica, de maker van de stier. Hij wil het meisje onmiddellijk weg en heeft alvast advocaten onder de arm genomen.  Hij heeft niets tegen het beeld op zich.  Volgens de firma die Fearless Girl bestelde, symboliseert het kind “the power of women in leadership” en dat vindt  Di Modica best. Maar door ze oog in oog te zetten met de stier, verandert de betekenis van zijn beeld.  “Ze valt de stier aan”, pruilt Di Modica, “ze beledigt mijn werk.” De stier, zo beweert hij, symboliseert “vrijheid, vrede, kracht, macht en liefde” en door dat meisje gaat die boodschap nu verloren.

Kracht en macht, okee maar vrede en liefde? Met de beste ter wereld zie ik die niet in dit bronzen monster. Doe niet kinderachtig Arturo. Als je een beeld maakt voor een openbare plaats moet je verdragen dat er reactie op komt. Het had erger gekund: een matador met een zwaard bijvoorbeeld, of een zakenvrouw in maatpak. Het eerste zou van je beeld kitsj hebben gemaakt, het tweede een karikatuur. Nee, het kleine meisje is perfect. Omdat ze tegenover de woeste kracht van de stier zo kwetsbaar lijkt. Dat maakt haar vastberadenheid  zo indrukwekkend. De juxtapositie doet een dramatische spanning ontstaan waarin de som meer is dan de twee delen. En daar zou ook Di Modica blij mee moeten zijn.

Posted in Downtown, Kunst in NY | Tagged , , , | Leave a comment

New York in de literatuur

New York is een jonge stad, hoop en al vier eeuwen oud. Toch is er wellicht geen enkele stad die zo vaak opduikt in romans en verhalen, niet alleen als décor maar ook soms als hoofdpersonage. Met de literatuur als onvoorspelbare gids neem ik u mee op zwerftocht door mijn geliefde biotoop.

Lezen in Central Park

Ik kom uit een gezin dat niet één enkel boek bezat. Nu woon ik in een huis in New York met boeken in elke kamer. Er staat zelfs een boekenkastje naast een schommelstoel buiten onder het afdak aan de voordeur. Ongeveer de helft van mijn boeken zijn afgedankte exemplaren die ik heb gevonden tijdens mijn zwerftochten door de stad. Mijn grote trots zijn mijn ruim tweehonderd boeken over New York. Het is een bescheiden maar groeiende collectie.

In de boekenwinkel Barnes and Noble op Broadway telde ik ooit meer dan duizend titels over de stad. Tot 1997 was er een prachtige zaak in Rockefeller Center die New York Bound heette. De twee dames die ze uitbaatten, hadden een inventaris van meer dan 5000 werken over New York, van nieuw tot uiterst zeldzaam. Maar ook dat was slechts een fractie van wat er in de loop van de laatste vier eeuwen over New York is geschreven.

“Geef me zo’n shows”

“Weinig steden hebben zo veel en zo’n uitmuntende schrijvers geinspireerd als  New York”, schrijft Phillip Lopate in “Writing New York, A literary Anthology “(1998). “De literatuur van de stad is buitengewoon, zowel door zijn omvang als zijn variëteit. Bijna elke belangrijke Amerikaanse auteur ging door een New York-fase. Voeg daar de legioenen aan toe van minder bekende auteurs die zich specialiseerden in het portretteren van de stad en de ontelbare bezoekers die literaire verslagen schreven over hun verblijf.”

Robert Moses, de controversiële New Yorkse stadsplanner uit de jaren 1950, vond dat New York gewoon te groot en te complex is om gevat te kunnen worden door een enkele auteur. “Hij kan hoogstens zijn kleine eerbetuiging tonen aan iets waar hij van houdt, maar dat zijn petje te boven gaat”.

Volgens sommigen vatte niemand de “soul” van New York beter dan de dichter, essayist en journalist Walt Whitman. Zijn liefdesverklaring aan de stad, geschreven in 1867, is om van te snoepen:

Walt Whitman in 1854

“Hou je prachtige zwijgende zon, hou je bossen, je natuur, en je rustige plekken bij het bos. Hou je klavervelden, je maïsvelden en je boomgaarden, hou je bloeiende boekweitvelden waar de bijen zoemen. Geef me gezichten en straten -geef me die onophoudelijke eindeloze spoken langs de trottoirs! Geef me die oneindige ogen -geef me vrouwen- geef me duizenden makkers en lieven! Laat me er elke dag nieuwe zien -laat me nieuwe handen vasthouden, elke dag! Geef me zo’n shows -geef me de straten van Manhattan!”

 

 

Brooklyn

 

Whitman die in 1892 overleed, woonde 28 jaar in Brooklyn. Dat was toen nog een aparte stad, de derde grootste van het land. Pas in 1898 werd het deel van New York City. Zelf woonde ik in Brooklyn van 1980 tot 1985, in een wijk die Clinton Hill heet. Dat was toen een van de vele buurten met een verdiende ruige reputatie. Het flatje op Clinton Avenue waar ik woonde, koste 235 dollar per maand. De huur voor hetzelfde stekje is vandaag 2.500 dollar. Brooklyn is tegenwoordig internationaal beroemd en fel gegeerd, ook door toeristen.

Cranberry Street in Brooklyn Heights

Ik had indertijd geen idee dat ik op enkele minuten wandelen woonde van het nog steeds bestaande huis op Ryerson Street waar Walt Whitman zijn bekendste boek schreef, “Leaves of Grass”. Brooklyn heeft iets met auteurs. Brooklyn Heights, een van de mooiste wijken van New York, is de  schrijversbuurt bij uitstek. In de met bomen omzoomde zijstraten zoals Cranberry, Hicks, Pierrepont en Willow Streets zie je de buurt op haar best. Norman Mailer, Thomas Wolfe, Truman Capote, Arthur Miller, Henry Miller, H.P. Lovecraft en W.H. Auden woonden en werkten er. Andere schrijversbuurten in Brooklyn zijn Park Slope, Cobble Hill en Fort Greene. Je kunt er bewoners zoals de auteurs Paul Auster, Siri Hustvedt, Jhumpa Lahiri, Jonathan Safran Foer, Nicole Krauss, Amy Sohn en Colson Whitehead tegen het lijf lopen.

Er gaat geen dag voorbij of je kunt wel ergens in Brooklyn een auteurs-lezing bijwonen in onafhankelijke boekenwinkels zoals Word, Greenlight Bookstore en Unnameable Books of in koffiehuizen en cafés zoals Hungry Ghost, Pete’s Candy Store en Sunny’s. Het grootste literair evenement is het jaarlijkse gratis Brooklyn Book Festival waaraan honderden schrijvers uit binnen- en buitenland deelnemen.

Gezelligheid in Brooklyns Greenlight bookstore

Zoveel bekende en mindert bekende schrijvers wonen in Brooklyn dat de auteur Sergio De La Pava (A naked Singularity) in zijn bio grapte : “Sergio is een schrijver die niet in Brooklyn woont”. Bestseller-schrijver Jonathan Lethem groeide zelf op in Brooklyn maar ruilde in 2006 Brooklyn Heights voor Los Angeles omdat hij vond dat je in Brooklyn zoveel romanschrijvers tegen het lijf loopt dat het niet leuk meer is. “Weerzinwekkend”, zei hij zelfs in een interview met de Los Angeles Times.

Brooklyn is inderdaad grondig veranderd en niet voor de eerste keer. Al in 1935 schreef Thomas Wolfe:

“Only the dead know Brooklyn”.  De enige reden dat mijn Belgisch lief en ik in 1980 in Brooklyn belandden, was dat het er goedkoop was. Gelukkig had ik boeken die het ruige, gevaarlijke Brooklyn beschreven, zoals “Last Exit to Brooklyn” (1964, Hubert Selby), “The Warriors” (1965, Sol Yurick) of “Requiem for a Dream” (Hubert Selby, 1978) toen nog niet gelezen. De verhalen in Last Exit to Brooklyn spelen zich af in Sunset Park en Red Hook, twee vervallen havenwijken die nu ook volop aan een comeback bezig zijn. In Red Hook gingen we zelf op huizenjacht, nadat we in 1985 ons flatje in Clinton Hill moesten verlaten. Red Hook zag er luguber uit. In Life magazine werd de wijk beschreven als “de crack hoofdstad van Amerika”. Had ik toen maar geweten wat ik nu weet. De woning waar we toen even zijn binnen gegaan voor we ons snel uit de voeten maakten, staat er nog steeds. De eigenaar vroeg 15.000 dollar. Vandaag is het gebouw meer dan één miljoen dollar waard.

 

Literair Manhattan

Van de vijf stadsdelen -Manhattan, Brooklyn, Queens, Bronx en Staten Island- heeft het eerste ongetwijfeld het meest schrijvers geinspireerd. Het is perfect mogelijk om een vakantie te plannen rond literair Manhattan. Je kunt bijvoorbeeld zoals de karakters van Truman Capote’s boek “Answered Prayers”, enkele nachten slapen in de YMCA (nog steeds een van de goedkoopste logies in Manhattan) en vervolgens in The Pierre (nog steeds een van de duurste). Vlakbij is het Plaza hotel waar fans van The Great Gatsby (F. Scott Fitzgerald, 1925,) de sfeer kunnen opsnuiven van de Roaring Twenties. De goedkoopste kamers kosten er 600 dollar. Je kunt de voetsporen volgen van Holden Caulfield uit J.D. Salingers klassieker  Catcher in the Rye (1951) en wandelen langs het immer drukke Broadway, de indrukwekkende Grand Central Terminal, het fascinerende Museum of Natural History, de elegante Radio City Music Hall in Art Deco-stijl, de luxueuze Sutton Place en het uitnodigende Central Park. In het park kun je met de kinderen wandelen langs de Conservatory Water, het decor van de miniatuurboot-race in E.B. White’s klassieke kinderboek Stuart Little (1945).

De conservatory in Central Park

Net boven het park begint Harlem waar Toni Morrison haar boek Jazz (1992) situeerde. Het verhaal speelt zich af in de jaren 1920, een tijd van enorme creativiteit en grote omwenteling door de trek van vele tienduizenden zwarten van het zuiden naar het noorden. Ten oosten van het park ligt de chique Upper East Side, de biotoop van de hoofdpersonnages uit Tom Wolfe’s “The Bonfire of the Vanities” (1987). Die shoppen vlakbij  in het chique grootwarenhuis Bergdorf Goodman op Fifth Avenue. De winkel inspireerde “Bergdorf Blondes” (2004),het chicklit-debuut van de Britse Plum Spykes. Op enkele minuten wandelen vandaar vind je Tiffany’s, de juwelierszaak uit Truman Capote’s boek “Breakfast at Tiffany’s” (1958). De roman was de inspiratie voor de film met dezelfde titel die in 1961 de carrière van Audrey Hepburn lanceerde. Tiffany’s ligt naast de pompeuze Trump Tower wiens eigenaar hoogst waarschijnlijk nog heel wat fictie en non-fictie zal inspireren.

Ook in downtown Manhattan valt er literair veel te beleven. Ga in Chinatown eten in het iconische restaurant Oriental Garden, waar de hoofdfiguur in Pete Hamills “Forever” “separate mounds of cool shrimp and hot chicken” bestelt.  Het boek is een tour de force van 600 pagina’s waarin de geschiedenis van de stad wordt verteld aan de hand van de avonturen van Cormac O’Connor. De Ierse immigrant arriveerde in 1740 in New York. Hij krijgt het eeuwig leven op voorwaarde dat hij Manhattan niet verlaat. Het boek eindigt in 2001 na de 9/11 aanslag. Die tragedie inspireerde nog vele andere boeken waaronder Jonathan Safran Foers “Extremely Loud and Incredibly Close” (2005).

Is Chinees eten niet je ding, probeer dan een steak frites-diner in de Odeon in Tribeca. Het restaurant staat op de kaft van de Jay McInerney’s bestseller “Bright Lights, Big City” (1984). Het boek, later verfilmd, steekt de draak met de New Yorkse modewereld.

In het hartje van Downtown kom je in Wall Street, de biotoop  van de Jekyll en Hyde-bankier uit Bret Easton Ellis’ American Psycho (1991) en van Jordan Belforts “Wolf of Wall Street”(2007), twee bestsellers die ook verfilmd werden.

 

Wat hoger, in de 23ste straat tussen de zevende en achtste Avenue, ligt het Chelsea Hotel, beroemd door zijn muzikale en literaire gasten. Dylan Thomas stierf hier, Jack Kerouac schreef er “On the road” en Arthur Clarke “2001: A Space Odessey”. Andere auteurs die in dit legendarische hotel verbleven en werkten zijn  Mark Twain, William S. BurroughsSam ShepardArthur MillerGore VidalTennessee WilliamsAllen GinsbergBrendan BehanSimone de BeauvoirJean-Paul SartreThomas WolfeCharles Bukowski en, uit ons taalgebied, Jan Cremer en Henk Hofland.

Net onder Chelsea ligt Greenwich Village. Je kunt er iets gaan drinken in de White Horse Tavern, een bar die opende in 1880. De klanten waren oorspronkelijk vooral dokwerkers maar later, toen de havenactiviteiten verlegd werden naar New Jersey, werd het de stamcafé van schrijvers zoals Dylan Thomas, James Baldwin en Hunter S. Thompson. Een andere beroemde bar in the Village is McSorley’s Old Ale House in de zevende straat, een café dat al bestaat sedert 1854 en wiens naam tevens de titel is van een van beroemdste verhalen van Joseph Mitchell.

Zonderlingen

Mitchell  is een van mijn favoriete schrijvers. Hij kwam in 1929, het jaar van de grote crash, als 21-jarige van Noord-Carolina naar New York en overleed er in 1996. Met zijn verhalen over gewone mensen introduceerde hij een nieuwe soort journalistiek in The New Yorker, schreef The New York Times de dag na zijn dood. Ik herinner me het nog heel goed want uitgerekend de dag ervoor had ik “Up in the Old Hotel” uitgelezen, Mitchells verzameld werk. Ik wou dat ik de schrijver persoonlijk gekend had. Hij was het creatiefst van de jaren 1930 tot 1960. De meeste van zijn collega’s vochten om beroemdheden te interviewen maar dat interesseerde hem niet. Hij haalde meer inspiratie uit het gezelschap van zwervers, dronkaards, kleine zwendelaars,  zigeuner-waarzegsters, calypsozangers, holbewoners in Central Park, bedelaars, cafébazen, opvliegende barmannen, eigenaars van vlooiencircussen en koersende kakkerlakken, bebaarde dames en andere zonderlingen. Mitchell schreef ook met veel poëzie over het havenleven in New York, over de intussen naar de South Bronx verhuisde Fulton-vismarkt, de oestervangers van Staten Island en de mosselvangers van Long Island. Hij was gefascineerd door mensen die vis vingen, verkochten, aten en zelden over iets anders praatten. Ooit eindigde hij derde in een wedstrijd om ter meest mossels eten. Hij speelde er vierentachtig binnen. Hij beschouwde dat “als een van mijn zeldzame meldenswaardige prestaties”. Voor Mitchell bestonden er geen ‘kleine mensen’. ‘”Mensen zijn even groot als hun dromen”, zei hij. “Ze zijn even groot als jij, wie je ook bent”.

Hij werd in 1938 aangeworven door het legendarische tijdschrift The New Yorker. Hij kon het niet beter treffen. Het blad gaf zijn topjournalisten genoeg geld, tijd en plaats om zich in een verhaal vast te bijten. Mitchell pionierde een journalistieke stijl die veel navolgers kreeg. Dat hij niet veel bekender is, komt vooral omdat hij de laatste dertig jaar van zijn leven niets meer schreef dat hij anderen liet lezen.

In 1992 gaf Pantheon Books zijn verzameld werk uit. Het werd een bestseller. Mitchells boek maakte vele New Yorkse lezers -zelfs buitenlandse New Yorkers zoals ik- nostalgisch naar het New York van vroeger. Ze wilden plots allemaal een lauwe pint gaan drinken in McSorley’s Old Ale House.  Mitchells hart bleef jammer genoeg steken in het New York van voor de jaren zestig. Daarna lukte het schrijven niet meer. “Ik ben nog slechts een geest’, zei hij enkele jaren voor hij stierf, “alles is veranderd”.

 

“Een schitterende woestijn”

En toch, sommige dingen veranderen niet. Al in 1867 schreef Mark Twain deze boutade die me doet denken aan heel wat New Yorkers van vandaag: ” Na verscheidene maanden ben ik tot het besluit gekomen dat New York een schitterende woestijn is, waar een vreemdeling alleen is tussen een miljoen soortgenoten. Een mens wandelt elke dag mijlenlang door dezelfde eindeloze straat, zich een weg banend door een murmelende massa zonder ooit een bekend gezicht te zien, zonder ooit hetzelfde vreemde gezicht twee keer te zien… Elke man lijkt er te denken dat hij in een leven het werk van twee levens moet verrichten en dus haast hij, haast hij, haast hij zich en vindt hij nooit tijd voor gezelligheid, nooit tijd om te verknallen aan dingen die niets te maken hebben met dollars en verplichtingen en zakendoen. Dit maakt de stadsmens ongeduldig, achterdochtig en bang voor verveling en bemoeienissen. Het resultaat daarvan is de serene onverschilligheid van de New Yorker voor alles en iedereen die buiten zijn privé-cirkeltje staat. Er is iets in dat onophoudelijk gewoel en gehaast en gegons dat een vreemdeling voortdurend in een onnatuurlijke staat van opwinding houdt en hem rusteloos en ongemakkelijk maakt… iets dat hem dwingt alles te proberen maar hem uiteindelijk niets laat doen.”

Mocht het voorgaande u doen twijfelen om een reis naar New York te boeken dan zal deze paragraaf van John Steinbeck in de “Making of a New Yorker (1953) u misschien over de streep trekken: “New York is een lelijke stad, een vuile stad. Haar klimaat is een schandaal, haar politiek wordt gebruikt om kinderen bang te maken, haar verkeer is waanzin, haar concurrentiesfeer is moorddadig. Maar toch is dit ook waar: eens je in New York gewoond hebt en het je thuis is geworden, is geen enkele andere plaats nog goed genoeg”.

 

Dit artikel verscheen deze maand in een extra editie van Knack Weekend over New York die momenteel bij uw krantenboer te koop ligt. 

Een Keith Haring-affiche uit 1985

 

 

 

 

 

 

 

 

Posted in Brooklyn, Harlem, Kunst in NY, Midtown, Upper East Side | Tagged | Leave a comment

Literaire stadstocht

New York is een jonge stad, hoop en al vier eeuwen oud. Toch is er wellicht geen enkele stad die zo vaak opduikt in romans en verhalen, niet alleen als décor maar ook soms als hoofdpersonage. Met de literatuur als onvoorspelbare gids neem ik u in de pas verschenen Knack Weekend New York extra editie mee op zwerftocht door mijn geliefde biotoop.

Posted in Brooklyn, Downtown, Midtown | Tagged | Leave a comment

BIENNALE

Kunstliefhebbers willen zeker de nieuwe Whitney Biennale niet missen in het New Yorkse Meatpacking District. Er zijn werken te zien van 63 artiesten en kollektieven in zeer uiteenlopende stijlen en media. Veel van de kunstenaars konfronteren harde Amerikaanse realiteiten zoals armoede, dakloosheid, immigratie, geweld, haat en vooroordelen op basis van racisme, religie en klasse. Tegen een van de werken, “Open Casket” (eerste foto hier onder) is intussen fel protest gekomen van een aantal zwarte kunstenaars. Het schilderij is gebaseerd op de iconische foto van het verminkte lijk van Emmett Till, de zwarte tiener die werd gelynched door twee blanken in Mississippi in 1955. Het werd gemaakt in 2016 door de blanke artieste Dana Schutz. Verschillende van haar zwarte collega’s beschuldigen haar er van dat ze geld wil kloppen uit een thema dat volgens hen exclusief aan de zwarte gemeenschap toehoort. De zwarte kunstenaar, Parker Bright, is de afgelopen week al enkele keren met enkele kollega’s voor het werk gaan staan om het zicht er op te blokkeren. Een andere zwarte kollega, de Britse Hannah Black, schreef een brief naar de tentoonstellingsmakers waarin ze aandrong dat het werk niet alleen moest verwijderd worden maar ook vernietigd. Daar is een woord voor mevrouw Black en dat is censuur.

Posted in Downtown, feesten en events, Kunst in NY | Tagged , | Leave a comment