FLUSHING IS MEER DAN DE US OPEN

Zoals elk jaar rond deze tijd is Flushing, een wijk aan de oostkant van Queens, het centrum van het tennis-universum. De US Open is geen klein bier. Het tornooi dat twee weken duurt heeft 7000 mensen in dienst, lokt 700 000 fans uit heel de werld en levert de New Yorkse economie ruim 800 miljoen dollar op. “Vier uw jaarlijkse trip op de nummer 7 trein”, maant een vodka-reclame in de subway aan. Een por in de ribben van de out-of-towners die enkel voor de tennis naar Queens komen.

In de 17de eeuw stichtten Nederlandse immigranten van Nieuw Amsterdam een dorpje dat ze Vlissingen noemden, wat de Engelsen later verbasterden tot ‘Flushing’. De nummer 7-metrotrein die door Queens naar Flushing rijdt is bijgenaamd ‘the International Express’ omdat er in de wijken die hij doorkruist zoveel verschillende nationaliteiten wonen. Flushing is overwegend Aziatisch. De wijk heeft ruim 180.000 inwoners en minstens tweehonderd kerken en tempels van diverse godsdiensten. Flushing is een bakermat van religieuze tolerantie. In 1657 verbood de Hollandse gouverneur Peter Stuyvesant de pas gearriveerde Engelse Quakers om er religieuze bijeenkomsten te houden. Samen met andere bewoners vaardigden de kwekers daarop een proclamatie uit, de ‘Flushing Remonstrance’, die het recht op godsdienstvrijheid eiste. Het document wordt beschouwd als een inspiratiebron voor de Amerikaanse grondwet.

Main Street in Flushing

Het houten Old Quaker Meeting House op Northern Boulevard tussen Main & Union Street dat de Quakers in 1694 optrokken, is nu omringd door het tweede grootste Chinatown van New York. Het is welvarender dan het Chinatown van Manhattan. De wijk wemelt van de Chinese, Koreaanse en zuidoost-Aziatische tempels en kerken. In de Anglicaanse St George’s Church die van 1853 dateert worden missen opgedragen in Caraibisch Engels, Spaans en Chinees. Bezoek de Hindoe Temple Society als je je even in India wil wanen. De tempel, gewijd aan de god Ganesh, ligt in Bowe Street, tussen Holly & 45th Street. Zijn rijk versierde gevel werd overgebracht uit India. Liefhebbers van Aziatisch eten vinden in Main Street een grote keuze aan restaurants, kraampjes en theehuizen.

De hindoe tempel in Flushing

Flushing Town Hall, het voormalige gemeentehuis in neo-Romaneske stijl, werd in 1862 gebouwd. Het doet dienst als cultureel centrum en is open voor het publiek. Elk jaar wordt er het Chinese Nieuwjaar gevierd.

De drukst bezochte bestemming is vanzelfsprekend de Flushing Meadows Park-Corona Park waar de US Open doorgaat. De beroemde Unisfeer-wereldbol die altijd in beeld komt tijdens het tornooi is een restant van de wereldtentoonstelling die er in 1964 werd gehouden.

Naast het National Tennis Center is de grootste trekpleister Citi Field, het baseball-stadion van de New York Mets, de eeuwige rivalen van de Yankees. Het stadion dateert van 2009 en vervangt het legendarische Shea stadion waar the Beatles en vele andere sterren optraden. Andere attracties in het park zijn de Queens Zoo, de Queens Botanical Garden, de interactieve New York Hall of Science en het Queens Museum of Art. Dit laatste museum toont vooral werk van hedendaagse kunstenaars. Zijn pronkstuk is de ‘Panorama of the city of New York”, een reusachtige maquette van de 5 stadsdelen waar 895.000 schaalmodellen van gebouwen op staan.

Flushing grenst aan Corona, de wijk waar Louis Armstrong woonde van 1943 tot aan zijn dood in 1971. Zijn huis, met zijn goed bewaard, aandoenlijk kitscherig interieur, is nu een museum over  Armstrong en de geschiedenis van de jazz.

In de 19de eeuw waren er veel boomkwekers in Flushing. Een van hen plantte er in 1847 een jonge treurbeuk die hij in Belgie had gekocht. De boom ging dood in 1998 maar uit zijn scheuten groeiden nieuwe bomen. Ze zijn te zien in Weeping Beech Park op 37th Avenue tussen Parsons Boulevard en Bowne Street.

 

Advertisements
Posted in feesten en events, parken, Queens | Tagged , , | Leave a comment

PICKNICKEN TUSSEN GRAFZERKEN

Green-Wood cemetery in Brooklyn

De gemiddelde toerist zal er waarschijnlijk niet aan denken in New York rond te dwalen tussen de zerken. Maar zelfs als hij dat niet doet, dan nog stapt hij over duizenden lijken. Tientallen begraafplaatsen werden in de loop van de tijd achteloos met gebouwen, asfalt of parken bedekt. Washington Square, City Hall Park, Madison Square Garden, de New York Library: eronder barst het van de geraamten. Hier en daar resteert nog wel een aantal zeventiende- en achttiende-eeuwse graven, zoals rond Trinity Church aan Wall Street, op de joodse begraafplaats in Saint James Place of aan de rand van Soho in de crypten van wat Newyorkers ‘the old Saint Patricks Cathedral’ noemen. De meeste zijn van prominente families. Vandaag is er in Manhattan nog één enkel actief kerkhof, Trinity Church Cemetery and Mausoleum, waar per uitzondering nog wel eens een gefortuneerde dode wordt bijgezet. De rest wordt hygienisch van het krappe eiland afgevoerd.

Ingang van Green-Wood Cemetery

De negentiende-eeuwse Newyorkers geloofden dat lijken de lucht bezoedelden. Dus moesten ze buiten de stad begraven worden, tussen bomen die de lijkenlucht zouden zuiveren. Mijn lievelingsbegraafplaats, Green-Wood Cemetery, was het spectaculaire eerste resultaat van die redenering. Ze dateert van 1838 en ligt in het hart van Brooklyn. Als je door de grandioze neogotische inrijpoort aan Fifth Avenue en 25th Street binnenstapt, begrijp je meteen waarom de plaats, na de Niagara-watervallen, de populairste trekpleister voor Victoriaanse toeristen was. Voor je ligt een 198 hectaren grote oase met statige bomen, kronkelpaden, heuvels, riviertjes en meren. Hier en daar staan schuilhokken, als je gebouwen die onder meer een Italiaanse en Zwitserse villa imiteren zo kunt noemen. Het is lang geleden dat toeristen hier tochtjes maakten met paard en koets, gevolgd door een picknick aan een van de romantische, door eenden, zwanen en reigers bezochte meren. De Victoriaanse redenering had iets aanlokkelijks logisch: trek je terug op een idyllische plek en bezin je over de dood als een verzoening met de natuur. In Green-Wood was dit een onderhoudende bezigheid. Daar zorgden tal van excentrieke Newyorkers voor door zich grootse en dure monumenten op de buik te laten zetten om ook na hun dood bewonderd te worden.

Het Steinway mausoleum

Hier ligt de Steinway-van-de-piano’-familie in een monumentaal graf, dat in de jaren 1870 werd gebouwd met plaats voor de kisten van 150 nakomelingen. Daar rust een mijnmagnaat die erop stond dat zijn graf verwarming had. Wat verder ligt Samuel Morse en Peter Cooper, die respectievelijk de telegraaf en de stoomtrein uitvonden. Niet ver van hen ligt Lola Montez, het liefje van niet alleen Franz Liszt maar ook van Alexander Dumas en koning Ludwig I van Beieren. Her en der pronken standbeelden van Griekse goden, paarden en soldaten. En talrijke grafkapellen zijn opgesmukt met nu onbetaalbare Tiffany-glasramen. Je hebt dagen nodig om de plaats te verkennen. Er liggen meer dan 560.000 mensen begraven. Alleen al om het groen te onderhouden zijn er voltijds 135 mensen aan het werk. Sommige van de graven hebben het extreme klimaat en het bezoek van dieven en vandalen slecht doorstaan: hier ontbreekt een marmeren neus of een hand, daar is een barst in een bronzen plaat en ginder ligt een glasraam aan diggelen. Het draagt bij tot de vreemde charme van de plek.

Er liggen meer dan 400 artiesten begraven. Onder hen de in Brooklyn geboren schilder Jean-Michel Basquiat die in 1988 op 27-jarige leeftijd stierf door een overdoses heroine. In mei werd een schilderij van Basquiat verkocht voor 110,5 miljoen dollar. Enkele weken geleden werd zijn graf schoongemaakt door Franse vrijwilligers.

Een van de bekendste beelden in Green-Wood is het standbeeld van de godin Minerva. Ze lijkt te wuiven naar het Vrijheidstandbeeld in de verte.

Meer info:

http://www.green-wood.com/2010/visit-on-your-own/

Posted in architectuur, Brooklyn, Kunst in NY, parken | Tagged | Leave a comment

DE GROENE BRONX

Groen – sceptici lachen nu misschien – is een van de grootste attracties van de Bronx. Zelfs de South Bronx heeft een elegante parel, het mooi gerestaureerde Crotona Park.

Crotona Park

De bekendste oase is de Bronx Botanical Garden, gelegen in een 20 hectaren-groot bos, het enige restantje maagdelijk woud in New York City. De beroemde tuin bezit een weelde aan bloemen, zeldzame planten en bomen, alsook imposante tropische serres, opgetrokken in 1902.

Bronx Botanical Garden

Om deze tuin goed te bezoeken moet je een hele dag uittrekken. Vandaag echter wil ik u meenemen naar een ander groen juweel, in de opulente villawijk Riverdale in het noorden van de Bronx.

Je kunt met de metro naar Riverdale maar wie graag fietst kan er een ontspannende dagtocht van maken vanuit Manhattan. Je krijgt er een beeld van de Bronx van in de tijd toen het nog een groene voorstad was. Je komt er terecht tussen enorme villa’s omringd door parkachtige tuinen en smalle straten die kronkelen naar de Hudson. Je passeert enkele negentiende-eeuwse, Engels aandoende kerkjes en bordjes waarop ‘Private Street’ staat. Er is één enkele villa waarvan de tuinen en gebouwen open zijn voor het publiek: Wave Hill.

De tuin in Wave Hill

De lente is er de drukste tijd. Het is dan ook doorgaans een prachtseizoen in New York. Bloemen en bomen schieten allemaal tegelijk wakker. De enorme magnoliabomen aan de ingang ruiken zoet. Het wemelt van tulpen, hyacinten en gele narcissen. Mensen zonnen op het gras. Het domein omvat elf hectaren heerlijkheid, waarvan de aanleg werd begonnen in 1843 door een advocaat die William Lewis Morris heette. Zijn originele villa staat er nog steeds. Diverse beroemdheden hebben er korte of lange tijd verbleven: Charles Darwin, Teddy Roosevelt, Mark Twain, Toscanini. Allemaal keken ze vol bewondering vanaf de Pergola Overlook naar het prachtige landschap: de uitgestrekte hemel, de brede Hudson, het heldere licht en aan de overkant in New Jersey de beboste kliffen van het Palissade Park, dat onder druk van hartstochtelijke natuurliefhebbers al in 1900 tot beschermd natuurgebied werd verklaard. Dit plekje is het betoverende hart van Wave Hill.

Wie in het Metropolitan Museum de schilderijen van de negentiende-eeuwse Hudson River school heeft bewonderd, ziet een perfect voorbeeld van wat de kunstenaars inspireerde. De tuin is klassiek ingedeeld: een bloementuin met ouderwetse en nieuwe planten, serres, tuintjes met kruiden, cactussen, wilde bloemen en water- en schaduwplanten, rotsen en een stuk wild bos. En mocht je tijdens je bezoek aan de New Yorkse zomerhitte willen ontsnappen, een koele bries is hier altijd verzekerd.

Van Cortlandt park

Van Wave Hill is het niet zo ver naar het 454 hectaren-grote Van Cortlandt Park. Het was ooit deel van het domein van Jacobus Van Cortlandt wiens Nederlandse vader Oloff in 1637 naar Nieuw Amsterdam emigreerde. Je kunt er wandelen door een bos van honderd jaar-oude bomen, paardrijden, golven, kajakken, zwemmen in de zomer, langlaufen in de winter en kijken naar West- en Oost-Indiers die cricket spelen. Je kunt er het oudste (1748) gebouw van de Bronx bezoeken, het voormalig landhuis van een van de zonen van Jacobus, dat nu het Van Cortlandt House Museum is. Het interieur evoceert de 18de eeuw.

Van Cortlandt House

Elk jaar worden kleine Bronxenaartjes uitgenodigd om er Sinterklaas te vieren op oud-New Yorkse wijze.

Aangrenzend aan het park is het 160 hectaren grote, groene Woodlawn Cemetery waar beroemdheden liggen begraven zoals Duke Ellington, Herman Melville en Miles Davis. Soms zie je er vossen tussen de mausolea kuieren.

Posted in Bronx, natuur, parken | Tagged , | Leave a comment

OP WERELDREIS IN QUEENS

Jackson Heights

In New York kun je op wereldreis gaan zonder de stad te verlaten. Wie bijvoorbeeld op één namiddag van de sfeer van India en Zuid-Amerika wil proeven, hoeft slechts de metro te nemen naar Jackson Heights in Queens. Indische immigranten van ver buiten New York zakken af naar het Little India op 74th St tussen Roosevelt en 37th Avenue. Ze kopen er bruidsjuwelen, sari’s, Indische muziek en Bollywood DVD’s.

‘little India’

De grootste attractie is culinair. De restaurants serveren authentieke Indische keuken. Een van de bekendste, Jackson Diner, is tevens een informeel buurthuis. Je kunt er je curry verorberen terwijl je naar Hindi-soaps kijkt.

Loop zeker ook Pathel Brothers binnen als je graag Indisch kookt. De zaak heeft de reputatie van het grootste kruidenaanbod van New York te hebben.

De voedingszaak waar je je de ogen het meest de kost kunt geven, is Maharaja Sweets & Snacks waar de fel gekleurde groene, oranje en rode gebakjes gul besprenkeld zijn met zilveren glittertjes.

maharaja sweets

Tegen 2011 hadden zich aan de rand van Little India ook genoeg Tibetaanse restaurants gevestigd dat er al gesproken werd over een Little Tibet.

Om de hoek van Little India dendert de metro over een viaduct. Daaronder, op Roosevelt Avenue, is er een druk miniatuur-Zuid-Amerika. Er is een duizelingwekkend aanbod van eetgelegenheden, van Argentijnse steakhouses tot Colombiaanse bakkerijen en taco-standjes die tot diep in de nacht open zijn.

Hier kunnen immigranten hun heimwee verdrinken in een van de vele ‘sportbars’ die vaak ook werk bieden aan schaars geklede latina-danseresjes. Vele recente immigranten zijn hier zonder hun vrouwen. Voor vrouwelijk gezelschap gaan ze naar tenten zoals de Flamingo waar meisjes betaald worden om te dansen met de klanten, een praktijk die taxi-dansen heet. Jackson Heights is ook de plaats bij uitstek voor latino gay-bars and -dancings. Ze heeft de oudste gay community van New York. Die ontstond in de jaren 1930 toen hier veel vaudeville-acteurs kwamen wonen. De wijk heeft zelfs haar eigen jaarlijkse Gay Pride Parade.

Club Evolution, gay latin club in Jackson Heights

Jackson Heights had niet altijd zo’n tolerante reputatie.  In de zijstraten staan veel geklasseerde woningen en flatgebouwen met grote binnentuinen daterend uit de jaren 1920. Het zijn mooie gebouwen in neo-tudor en neo-gothische stijl. De mooiste zijn te zien op 70th Street, tussen 34th Avenue en Northern Boulevard, en op 34th Avenue, tussen 76th en 77th Street en tussen 80th en 81st Street. Om er te wonen moest je blank en protestant zijn. Joden, katholieken en zwarten waren er lang niet welkom. Die tijd is voorgoed voorbij. Jackson Heights en het aanpalende Elmhurst zijn in de laatste decennia de meest gediversifieerde wijken van Amerika geworden. In de oude protestantse Community Methodist Church van Jackson Heights zijn er nu diensten in het Spaans en in Mandarijns. In Elmhurst steekt het rijk versierde gouden dak van een boedistische tempel boven de omliggende huizen uit.Dat is de Wat Buddha Thai Thavorn, de grootste Thaise tempel in New York.

De Wat Buddha Thai Thavorn tempel

Jackson Heights gaat er prat op dat het de woonplaats was van beroemdheden zoals Charlie Chaplin en de geboorteplaats van twee wereldberoemde uitvindingen: het gezelschapsspel Scrabble en de fotocopiermachine.

 

Posted in culinair, feesten en events, Queens, shopping, Straatbeelden | Tagged , , , , | Leave a comment

DE INGANGSPOORT VAN NEW YORK

New York lokt meer toeristen dan ooit maar de meesten van hen blijven plakken op de bekende trekpleisters. Het gevolg is lange rijen voor de Empire State Building en voor de boot naar het Vrijheidstandbeeld, overbevolking op Times Square, de High Line en andere ster-attracties. De meesten blijven de hele tijd in Manhattan.  De stedelijke toerisme-dienst heeft een campagne gelanceerd om bezoekers te overtuigen dat New York nog veel meer te bieden heeft dan het tiental iconen dat op iedereens ‘to do’-lijsten lijkt te prijken.  Dat er buiten Manhattan nog vier andere stadsdelen zijn die uitnodigen om geexploreerd te worden.

Ik geef ze gelijk. Daarom wil ik het in de komende afleveringen van mijn blog over het New York buiten Manhattan hebben. Vandaag vraag ik uw aandacht voor een van de mooiste plekken van Staten Island, het stadsdeel dat zichzelf pruilend “the forgotten borough’ noemt. Ik ken het goed, want ik woon er.

De brug in aanbouw, 1963

New York ligt aan een brede baai die in het midden versmalt alsof ze werd ingesnoerd: dat is de “Narrows”, de nauwte tussen Brooklyn en Staten Island. Tot 1964 was de ferry de enige verbinding tussen het eiland en de rest van New York. Dat jaar ging, na vijf jaar werken, de Verrazano-brug over de Narrows open.  Ze was toen de langste hangbrug ter wereld. Sinds 1981 is dat niet meer het geval maar ze is wel nog de langste van de VS (iets langer dan San Francisco’s Golden Gate). De spanwijdte tussen de twee torens bedraagt 1.298 meter. De torens zijn 211 meter hoog, duidelijk zichtbaar vanuit Brooklyn en Manhattan. Onder druk van de toen overwegend uit Italië afstammende bevolking van Staten Island werd de brug genoemd naar Giovanni di Verrazano, de eerste Europese explorateur die de baai binnenvaarde. Dat was in 1524.

Het is een majestueuze brug. Jammer genoeg is er geen plaats op vrijgehouden voor voetgangers en fietsers.  De enige manier om er te voet over te gaan is deelnemen aan de New York marathon die elk jaar start aan de voet van de brug. Met de fiets kun je de brug over tijdens de Five Boro Bike Tour (elke eerste zondag van mei). Aan de Staten Island-kant kun je wel onder de brug en aan de oever.

Wat ik graag doe, zelfs als de mist de brug in mysterieuze nevels omzwachelt.

 

Aan de linkerkant van de brug en gedeeltelijk eronder ligt Fort Wadsworth, een van de oudste forten in de VS. Hier werd naar verluidt het laatste schot afgevuurd in de onafhankelijkheidsoorlog. Eigenlijk is het een collectie van forten uit verschillende tijdperken. De ligging, op een hoge klif aan de ingang van de haven, legt uit waarom. De plaats wordt nu beheerd door de federale parkdienst.

Je kunt er gratis ronddwalen. De zichten op de baai met daarrond de skylines van New Jersey, Manhattan en Brooklyn, lonen de moeite. Het is ook een excellente plaats om naar de scheepvaart te kijken. Alle boten die naar de haven van New York en nu vooral ook de havens van New Jersey varen, moeten onder te brug. Vandaar dat de brug “the gateway (ingangspoort) of New York” wordt genoemd.

Ook ‘s nachts, als de brug en de boten verlicht zijn, is het een magisch zicht.

Elke namiddag kun je er op aan dat om kwart voor vijf een cruise-schip onder de brug zal varen. De schepen zijn speciaal zo gebouwd dat ze er onder kunnen.  De Queen Mary 2 passeert bij hoog tij minder dan vier meter onder de brug.

Aan de rechterkant van de brug beginnen de uitgestrekte stranden van Staten Island.

De meeste zijn beheerd door de stad. Die zijn proper en hebben (in de zomer) redders. Enkele, zoals het strand vlakbij de brug, worden beheerd door de federale parkdienst. Daar zijn geen redders en het strand wordt er zelden opgekuist. Maar je mag er wel roken en je hond meebrengen.

Aan de stadsstranden is er een leuke houten promenade en verschillende pieren, populair bij vissers.

Verrazano weerspiegeld

Deze plaatsen zijn vanuit de ferry-terminal makkelijk te bereiken met de fiets of met bus#51.

(De foto’s zijn, met uitzondering van de foto van 1963, gemaakt door Tom Ronse)

 

 

Posted in natuur, parken, Staten Island, Uncategorized | Tagged , , | 7 Comments

LUNCHEN IN THE BIG APPLE

Elke werkdag rond de middag breekt een georganiseerde chaos uit in New York. Miljoenen mensen hebben honger. Ze willen eten! Niet straks maar NU! Elke dag staat een gigantisch leger van personeel voor hen paraat. In superchique restaurants, hippe tenten, ouderwetse diners, kleurige salad- en sandwichbars, volkse cafetaria, eenvoudige straatkraampjes en gourmet food trucks. Toeristen en zelfs doorgewinterde New Yorkers zoals ik staan versteld van de omvang en de haast van die massa. En ook van de verbluffende keuze aan eten die voor hen klaarstaat. Zin in een pastrami sandwich? Gegrilde kalfshart op Peruaanse wijze, een kom Manhattan clam chowder, een vers gemberdrankje of een warme Luikse wafel met spek en bonen? Waar je ook zin in hebt, in New York is het te krijgen.

Het moderne begrip ‘lunch’ is in New York geboren. Traditioneel was het middagmaal in Amerika zowel als in Europa, de belangrijkste maaltijd van de dag. Dat heette ‘dinner’ terwijl ‘lunch’ de naam was voor een hapje tussendoor dat zowel overdag als ‘avonds kon worden verorberd. Tijdens de 19de eeuw begon het maaltijdenpatroon te veranderen, onder druk van de industrialisatie. Nergens was die verandering zo groot als in New York. De grootste stad van Amerika was het bruisende centrum van handel, industrie en financieen. Arbeiders en bedienden kregen een opgelegde tijd voor hun middaghap, vaak minder dan een half uur. De uitgebreide maaltijd (het diner), kon alleen nog ‘s avonds. Lunch werd de benaming voor wat mensen aten tussen ongeveer twaalf en twee uur.

Tegen 1900 was New York een stad geworden waar alles draaide rond snelheid en efficientie. Zakhorloges geraakten wijdverspreid en prikklokken werden ingevoerd om te controleren of werknemers stipt toekwamen en vertrokken. Het belangrijkste van de lunchpauze was niet wat er werd opgediend maar hoeveel tijd het kostte om het op te eten. De term ‘quick-lunch’ werd een begrip in New York en verspreidde zich vandaar over heel het land. Het verwees niet alleen naar het suppersnelle middagmaal maar ook naar de restaurants die zich erin specialiseerden. De groeiende afstand tussen woon- en werkplaats versterkte de trend. Het commerciele centrum van New York was gelegen in het zuidelijk gedeelte van het eiland Manhattan, maar steeds meer middenstanders, groothandelaars en bankiers verhuisden naar rustiger woonbuurten verder noordwaarts. Even heen en terug naar huis om er te eten werd onpractisch. In plaats daarvan stilden ze hun honger in een quick-lunch zodat ze snel weer aan de slag konden.

In 1912 introduceerden de New Yorkers Joe Horn en Frank Hadart de eerste ‘Automat’, een concept dat in Europa al bestond sinds de jaren 1880. Het was een prachtige zaak met een twee verdiepingen hoge gevel van glasramen, marmeren vloeren en weelderig gebeeldhouwde plafonds, smak in het midden van Times Square. New York was meteen verkocht. Efficienter kon het niet. Je deponeerde een nickel (5 cent) in een gleuf, opende een deurtje en trok er bijvoorbeeld een kommetje kool- en aardappelsla, een portie varkensham met ananas of een punt cheesecake uit. Het was een modern mirakel. Tegen het begin van de jaren 1930 had New York 41 dergelijke Automats. Op hun hoogtepunt verschaften ze dagelijks verse en goedkope maaltijden aan 750.000 mensen uit alle sociale lagen van de bevolking. Tegen de jaren 1950 begon hun populariteit af te nemen door de concurrentie van nieuwe fast food joints en bedrijfscafetaria. Een ander probleem was het feit dat de Automats enkel munten van 5 en 25 cent accepteerden. De laatste Automat sloot in 1991 zijn deuren. Er zijn nog altijd New Yorkers die dit betreuren.

Een minder goedkope manier van lunchen is de ‘power lunch’. De term werd voor het eerst gebruikt in Esquire in 1979 in een artikel over de Grill Room van het Four Seasons restaurant in New York (gesloten in 2016). Het fenomeen zelf bestond al veel langer. Zakenmannen met status hoefden zich niet aan een krappe lunchpauze van een halfuurtje te houden. Ze konden rustig hun tijd nemen om met collega’s uit eten te gaan en intussen deals te bespreken. Het idee van de zakenlunch werd in de jaren 1830 gelanceerd door Delmonico’s, een duur restaurant niet ver van Wall Street. De ‘power lunch’ is niet alleen in de zakenwereld een begrip. Ook andere New Yorkers maken lunchafspraken om contacten te leggen, ideeen uit te wisselen, de concurrentie te monsteren en zichzelf ervan te verzekeren dat ze nog meetellen

Maar ook dure restaurants gaan vervelen. Daarom lunchen zakenlui ook wel aan een van de duizenden eetkraampjes. Rijk en arm, van duurgeklede bankiers en managers tot bouwvakkers en studenten, staan elke dag samen geduldig aan te schuiven voor de culinaire tovenaars van de straat. New Yorkser kan het niet. Je eet je bagel, kip biryani, gegrild broodje met kaas, tamales Colombianos of hotdog met uiensaus rechtopstaand, wandelend of zittend op een plein of in een park.

Elke dag eten honderdduizenden New Yorkers een gratis lunch. De kinderen van de stadsscholen krijgen, naargelang van het inkomen van hun ouders, een gratis of zeer goedkope lunch op school (ontbijt op school is gratis voor alle kinderen). Die traditie begon in 1908 in een basisschool bij Times Square. Een halve eeuw later dienden alle openbare scholen in heel het land een lunch aan te bieden aan hun leerlingen. Verder zijn er heel wat ‘soup kitchens’ (gaarkeukens) waar daklozen en mensen met een klein of geen pensioen terecht kunnen voor een gratis warme maaltijd. Sommige intiatieven gaan uit van de stad, maar de meeste worden opgezet door liefdadigheidsorganisaties en zelfs individuen. Jammer genoeg worden de rijen wachtenden de laatste jaren steeds langer. Meer dan eens is het eten op nog voor iedereen is bediend en moeten mensen met honger haar huis worden gestuurd. Ook dat is een deel van de realiteit in deze stad van ongelooflijke overvloed.

Dit stuk verscheen eerder in het reismagazine GOODBYE.

Posted in culinair | Tagged , , , , | 1 Comment

DAKTERRASSEN

Toeristen in New York krijgen soms een stijve nek omdat ze zo vaak omhoog kijken. Maar je kunt ook op de stad neerkijken en dat is soms leuker. Je kunt een van onze wolkenkrabbers bezoeken -het nieuwe WTC, de Empire State Building of Rockefeller Center- maar je kunt ook genieten van het panorama en een drankje op een van de vele dakterrassen. Vooral in de zomer zijn ze erg populair. In de meeste ‘roof top bars’ kun je eten en drinken. De kwaliteit is meestal uitstekend maar goedkoop is het er niet. Op sommige terrassen kun je zwemmen en/of dansen. Hieronder een kleine selectie.

PHD terrace

  1. PHD Terrace in het Dream Midtown hotel

Spectaculair uitzicht op Times Square en midtown Manhattan.

Empire rooftop

  1. Empire Rooftop

Op het dak van het 12 verdiepingen tellende Empire Hotel, niet ver van Lincoln Center. Men heeft er uitzicht zowel op de west- als de oostkant. Er is een zwembad en zelfs een open haard.

The roof at Park South

  1. The Roof in het Park South Hotel

Mooi uitzicht op de Flatiron en Gramercy buurten. Lekker eten en fantasierijke cocktails.

  1. St. Cloud Social in the Knickerbocker

Op het dak van The Knickerbocker, een chique hotel in midtown.

STK rooftop

  1. STK Rooftop

Eigenlijk een openlucht steak-restaurant met uitzicht op de Hudson en de High Line.

Bar 65

  1. Bar SixtyFive in de Rainbow Room

Dit is de hoogste bar in dit lijstje: 65 verdiepingen hoog in het Rockefeller Center in midtown, naast de befaamde  Rainbow Room. Er is een dresscode en om buiten te zitten moet je minstens 65 dollar per persoon consumeren.

The Jane rooftop

  1. The Jane Rooftop

Het dak van het Jane Hotel in de West Village. Mooi uitzicht op de Hudson, Jersey City en de downtown waterfront.

Upstaits at the Kimberly

  1. Upstairs at The Kimberly

De penthouse van het Kimberly hotel, 30 verdiepingen hoog boven de drukte van midtown. Er is een dresscode (business casual). Bekend om zijn cocktails.

 

  1. The Shakespeare Garden Terrace

Op het dak van het William Hotel East 24 East 39th Street. Een gastropub en restaurant in Britse stijl. Een concept van de Belg Yves Jadot die intussen eigenaar is van 12 restaurants in New York.

Penthouse 808

  1. Penthouse 808

In het Ravel Hotel in Long Island City (Queens). Panoramisch uitzicht op de torens van Manhattan en de Queensboro brug. Leuke plaats om de zonsondergang te bewonderen terwijl je geniet van een drankje en sushi.

  1. The Met Roof Garden Café and Martini-bar

OP het dak van New Yorks grootste museum. Prachtig uitzicht op Central Park.  Geniet van een drankje , het panorama en de kunst. Zie https://jacquelinegoossens.wordpress.com/2017/06/10/kunst-op-het-dak/

In tegenstelling tot de eerder vermelde bars, is deze ‘s avonds niet open.

 

Posted in culinair, Downtown, Queens | Tagged , | Leave a comment