THUIS IN WASHINGTON: OP BEZOEK BIJ GREET DE KEYSER

Greet aan het Hirshhorn Museum, haar favoriete museum op de Washington Mall.

Greet aan het Hirshhorn Museum, haar favoriete museum op de Washington Mall.

Al sinds 2000 is Greet De Keyser een vertrouwd gezicht in Vlaamse huiskamers. Eerst voor de VRT en nu voor VTM rapporteert ze het nieuws uit Amerika. Haar huidige opdracht –de presidentsverkiezingen verslaan- bevalt haar uitstekend. “Ik wist dat het spannend zou worden maar dat het zo intens zou zijn had ik nooit verwacht”, zegt Greet. Haar contract loopt tot na de inauguratie van de volgende president. Wat ze daarna gaat doen staat nog niet vast maar terugkeren naar België zit er niet in. “Ik mis België soms”, zegt ze, “maar mijn partner Bart en ik hebben hier ons leven uitgebouwd”.  “Hier” is de Amerikaanse hoofdstad, waar ze sinds 1999 woont en werkt.  Samen met fotograaf Bart Michiels ging ik er op bezoek. Onze reportage verscheen deze week in Knack Weekend. Hieronder een iets langere versie.

 

Een ellendige verkeersopstopping zorgt ervoor dat we met een uur vertraging Greets straat inrijden. De buurt oogt typisch Amerikaans voorstedelijk, met keurige, ruime huizen omringd door groen. Het is kwart voor negen ‘s avonds als we aanbellen. Greet laat ons binnen in haar comfortabel uitziend kantoor met grote ramen die op het oosten uitgeven. Ze ziet er elegant uit in een wikkeljurkje en beigekleurige hoge hakken. De begroeting is kort want de tv eist onze aandacht meteen op: een debat tussen Hillary Clinton en Bernie Sanders staat op het punt te beginnen. Daar wordt het volkslied al gezongen, het traditionele startsein van alle evenementen. Lui in een zetel voor tv liggen is er niet bij voor Greet. Met een geconcentreerde blik vat ze post achter haar bureau. “Tijdens het debat neem ik nota’s”, legt ze uit, “en ik zend en beantwoord tweets”. Het is drie uur ‘s nachts in België. Clinton en Sanders zijn nog maar net op het podium verschenen of de eerste tweets van slapeloze Belgen rollen binnen. Een man bekritiseert het witte jasje van Hillary. Twee uur later twittert Greet ter conclusie: “Goed debat waarin beide kanten sterk uit de hoek kwamen.” Maar haar taak zit er nog niet op. Ze zapt naar diverse tv-stations waar heel de waaier van rechts tot links nabeschouwingen geeft. Intussen neemt ze verder nota’s. Ze is bezig tot na middernacht. Dan mag ze naar bed maar niet voor lang: om vier uur, het holst van de nacht, moet ze uit de veren. Een kop koffie en vooruit. Greet heeft geen tijd te verliezen. Ze neemt de nationale en internationale perscommentaren op het debat door, checkt haar e-mail en bereidt haar bijdrage voor voor het middagnieuws van VTM. Tegen zes uur -het is nu middag in België- zit Greet aan haar computer klaar om via skype haar verslag te brengen. Ze krijgt anderhalve minuut. Voor een buitenstaander lijkt dit heel weinig voor al het werk dat er aan voorafgaat. “Het is een kwestie van routine”, zegt Greet die haar eerste stappen als reporter zette in 1986, eerst bij de radio en dan televisie.

De Betsy’s

Rond de middag ontmoeten we Greet opnieuw bij haar thuis. Het is een prachtige dag. Greet stelt ons voor aan haar partner Bart Vandaele die in de zonnige tuin aan het werk is. Ze leerde hem 15 jaar geleden kennen, hier in Washington. “Een gemeenschappelijke kennis stelde ons aan elkaar voor in Le Bistro Du Coin, een Frans restaurant”. Bart is kruiden aan het overplanten in potten. “Die zijn bestemd voor onze restaurants”, zegt hij. Bart is chef en eigenaar van Belga en B Too, twee Belgisch geinspireerde restaurants op een half uur rijden van hier. Rond ons scharrelen zeven stevig uitziende kippen. “Ze heten allemaal Betsy”, zegt Bart, “ik geef ze de groenteafval van de restaurants. Ze leggen veel eieren, te veel om zelf op te eten en te weinig om in de restaurants te gebruiken. We geven er veel weg aan buren en vrienden”. Bart houdt van zijn Betsy’s. In de zitkamer hangen foto’s en een tekening van kippen van kunstenaar Koen Van Mechelen. Het leven van een buitenkip aan de rand van Washington DC is niet zonder gevaren. Greet wijst naar het stukje bos achter de houten tuinomheining. “Daar woont een vos die al verschillende kippen heeft gedood”, vertelt ze, “ook roofvogels durven er mee aan de haal gaan”.

Greet en haar partner Bart Vandaele  en hun  "Betsy's".

Greet en haar partner Bart Vandaele en hun “Betsy’s”.

Op het dak

 Greet moet terug aan het werk. Straks gaat ze opnieuw live, dit keer op het VTM-avondnieuws. We rijden samen naar de studio’s van Mobile Video in het hart van Washington. Greet is kind aan huis in dit  facilitair bedrijf dat gebruikt wordt door zowel nationale als internationale tv-stations. Als Amerika-correspondente voor de VRT van 2000 tot 2005 en dan, na een loopbaanonderbreking, van 2008 tot 2013, kwam ze er vaak over de vloer. De timing is strak voor live-uitzendingen. “VTM huurt de opnameruimte en camerapersoon voor tien minuten”, vertelt Greet.

We klimmen een steile metalen trap op naar het dak van het gebouw. Er staan verschillende open witte tenten. Het zicht daarachter is ook voor de Vlaamse tv-kijker vertrouwd. Meest prominent is de witte koepel van het Kapitool (waar het Congres zetelt) die tegenwoordig in de steigers staat voor restauratie. CNN heeft een verdiep lager zijn eigen dak met verschillende tenten met hetzelfde uitzicht. Nu zijn de tenten onbemand maar dat is niet altijd zo. “Op drukke momenten staan we hier met meerdere samen”, vertelt Greet me later. “ Veel journalisten die met Mobile Video werken zijn Europeanen. Die hebben vaak hun nieuwsuitzendingen op dezelfde momenten als wij bij VTM. Het komt er dan op aan om je te concentreren zodat je de stem van de journalist naast je uit je gehoorsveld bant.”

In gedachten zien we ze staan, in hun witte tenten op dit dak, tientallen reporters die in tientallen talen dezelfde korte samenvatting geven, tegen dezelfde symbolische achtergrond.

De Amerikaanse cameraman waar Greet regelmatig mee werkt is al op post. Greet weet exact waar ze moet staan om de achtergrond goed in beeld te brengen. De neus nog even gepoederd en one, two, three, go! Greet heeft exact 1 minuut en 45 seconden om haar verslag te brengen. Ze is ontspannen, ook al heeft ze slechts vier uren geslapen en wordt ze geplaagd door een hardnekkige hoest. De opname verloopt vlekkeloos. Greet is twaalf uren in de weer geweest voor een totaal van nog geen vier minuten uitzending. Ze krijgt een berichtje dat haar opdrachtgevers tevreden zijn. “Dat helpt”, zegt Greet, “het is aangenaam werken met VTM. Mijn input wordt gewaardeerd. Er zit een duidelijke lijn in de manier van werken en de planning. De taken zijn goed verdeeld. We hebben een Team USA dat uit drie personen bestaat. Ik ben de Amerika-deskundige die de gebeurtenissen rond de verkiezingen analyseert. Romina Van Camp maakt reportages ‘on de road’ zoals over de muur die Trump wil bouwen aan de grens met Mexico. Elke Pattyn levert bijdragen vanuit de VTM-studio. Ik reis wanneer nodig zoals naar Iowa en New York voor de voorverkiezingen.”

Mist ze het maken van uitgebreidere reportages? “Ik ben realistisch”, antwoord Greet, “ik wist op voorhand wat er van mij werd verwacht. Komt daarbij ook dat we niet met oneindige budgetten werken. De verslaggeving over de aanslagen in België en andere Europese onderwerpen eisten veel middelen op. En niemand vermoedde dat de Amerikaanse voorverkiezingen zo veel en zo lang aandacht zouden krijgen.” Is er een verschil tussen hoe ze het nieuws vroeger presenteerde voor de VRT en nu VTM? “Helemaal niet”, antwoordt Greet resoluut, “mijn taak is dezelfde. Ik word verwacht om de gebeurtenissen van hieruit zo begrijpelijk mogelijk weer te geven.”

Op ontdekking

Het is intussen twee uur. “Kunnen we je lunch aanbieden?” vragen we. “Voor mij hoeft dat niet”, zegt Greet. Ze voegt er lachend aan toe: “Cameraploegen die me kennen en met mij op stap gaan, weten dat ze beter een snack meebrengen”. Dat komt goed uit. We hebben bananen, gedroogde veenbessen en cashew-noten bij. We bieden ze haar aan, ze neemt welgeteld één nootje. Voor haar lijn hoeft ze het niet te laten. “Ik fiets, jog en wandel graag”, zegt ze, “in tegenstelling tot Bart. Ik trek er dan ook vaak alleen op uit. Ik ben altijd nieuwsgierig naar mijn omgeving en de geschiedenis ervan. Zo botste ik enkele jaren geleden tijdens het joggen langs een onverharde weg op een verwaarloosde begraafplaats voor zwarte slaven. Onlangs is men begonnen met de opknap”. Washington en de voorstad Alexandria, waar Greet woont, waren tijdens de burgeroorlog toevluchtsoorden voor slaven die waren ontsnapt uit zuidelijke staten. ’s Namiddags toont Greet ons nog een andere begraafplaats van bevrijde slaven die recent in eer werd hersteld, al moest daar een kantoorgebouw voor worden gesloopt. Er staat een monument, een allegorische voorstelling van de slavernij. “Dat beeld vind ik niet mooi maar het is een aangrijpende plek”, zegt Greet.

Wat verder komen we aan de Woodrow Wilson Bridge. De Potomac is hier breed. “We staan in een overstromingsgebied”, zegt Greet terwijl we over een pier stappen met links en rechts dichte begroeiing. “Met wat geluk kom je hier bevers tegen”. “Naast de brug is een fiets- en wandelpad. Van hier is het 15 kilometer fietsen naar het Lincoln Memorial in Washington en 35 km naar Mount Vernon, de 18de eeuwse villa en slavenplantage van George Washington, de eerste president. Greet komt hier vaak. “Langs het water is het echt zalig fietsen”, zegt ze. “Ik ken intussen ook de kleinere zijwegels waar minder joggers en fietsers zijn. Het pad is vooral in het weekend erg druk.”

Later wandelen we langs zorgvuldig gerestaureerde 18de en 19de eeuwse huizen in Old Town Alexandria. Ook de kleinste huisjes, waar ooit zwarte en blanke arbeiders in woonden, zijn nu veel geld waard. De typische bewoner in Old Town is tegenwoordig blank, ouder en welstellend. Alexandria was vroeger een havenstad. Een van de meest pittoreske straatjes is Captain’s Row. Het is geplaveid met ‘Belgian cobblestones’ (kasseistenen) en wordt verlicht met gaslantaarns. Op King Street, de hoofdstraat van Old Town, komen we zowaar een restaurant tegen dat Brabo heet. “De eigenaar is de zoon van een Antwerpenaar”, zegt Greet, “Het menu is geinspireerd door de traditionele Belgische keuken.” Het logo van het restaurant is een tekening van het befaamde standbeeld op de grote markt van Antwerpen.

We keren terug naar Washington DC. We rijden langs bekende plaatsen zoals het Kapitool, het Witte Huis, de Library of Congress (de grootste bibliotheek ter wereld), de National Gallery, het National Air & Space Museum, het International Spy Museum, het Museum of the American Indian en het in aanbouw zijnde National Museum of African History. Greet is een enthousiaste gids. Ze houdt van haar stad en kent die op haar duim. “Twintig jaar geleden vond ik Washington vrij saai”, zegt ze, “Intussen is de stad veel dynamischer geworden. Er is volop geinvesteerd in restauratie, parken en cultuur. Vroeger raadde ik bezoekers aan om twee dagen uit te trekken voor Washington. Tegenwoordig krijg je makkelijk vier dagen vol.”

Het is druk op de Mall, het bekende park tussen het Lincoln Memorial en het Kapitool. Het jaarlijkse Cherry Blossom Festival is bezig. Het grootste lentefeest van het land trekt meer dan anderhalf miljoen bezoekers.  We wandelen over de Mall naar de Hirshhorn, een cilindervormig museum van moderne en hedendaagse kunst.  Greet komt hier graag. in de museumtuin staat haar favoriete sculptuur, een werk van de Spanjaard  Juan Muñoz. Het is een een groep van vijf bronzen figuren met bolvormige onderlichamen. ” Muñoz stierf in 2001, twee weken voor de installatie van dit werk”, vertelt Greet. “Ironisch genoeg heet het ‘Last Conversation Piece’.”

Een andere plek waar Greet graag vertoeft is de Georgetown Waterfront. Het is een uur voor zonsondergang als we er passeren. Het is druk op de café- en restaurantterrassen met zicht op de Potomac, het Kennedy Center en de Key Bridge. Er liggen boten aan waarop mensen cocktails drinken. “In de zomer zijn de vrouwen vaak in bikini”, zegt Greet, “Dit is de ‘Place m’as tu vu’ van Washington”. Achter ons rijzen luxe-flatgebouwen. Georgetown is de duurste wijk van Washington DC.

Konijn met pruimen

Onze volgende bestemming is Capitol Hill. “Bart en ik hebben hier gewoond toen de wijk geen al te beste reputatie had”, vertelt Greet, “Heel wat mensen raadden hem af om hier een restaurant te openen”. Belga Café bestaat intussen twaalf jaar. “In die tijd is de buurt veel veranderd”, aldus Greet, “het is een populaire bestemming geworden waar mensen komen eten en winkelen.” Belga Café maakt een gemoedelijke indruk. Het is bekend voor Belgische klassiekers zoals mosselen met frieten en zijn uitgebreide Belgische bierkaart. Het dakterras, de Betsy, inderdaad genaamd naar Bart zijn kippen, zou niet misstaan in een hipsterwijk in Brooklyn. Net zoals de knappe ‘street art’ in het leuke steegje achter het restaurant.

In 2013 opende Bart zijn tweede restaurant, B Too. Het ligt op enkele kilometers van Belga Café. Het is al aardig volgelopen als we er arriveren. Bart komt ons begroeten. Zelf koken in zijn restaurants doet hij nog zelden. Hij overziet intussen 110 personeelsleden in beide restaurants die alle dagen open zijn. De chef in B Too is Antwerpenaar Dieter Samyn. Net als zijn baas straalt hij een en al energie uit.  Het interieur en het menu van B Too zijn meer ‘upscale’ dan in Belga. De gerechten op het menu staan ook in het nederlands vermeld:  “Erwtjes met Avocado”, “Witte worst met appeltjes”, “Garnaal kroket” en zelfs “Konijn met pruimen”. Vele Amerikanen vinden konijnevlees eten taboe. Bart brengt daar verandering in. “Het is tegenwoordig een van onze populaire gerechten”, zegt hij. Dat en de wafels, meer dan vijftien soorten, van hartig tot zoet. Tegen negen uur draait het restaurant op volle toeren. Alle 170 zitplaatsen zijn bezet. “Het restaurant doet het goed”, zegt Greet, “ondanks het feit dat er in het laatste anderhalf jaar 35 restaurants zijn bijgekomen in de buurt. Zes daarvan zijn intussen al overkop gegaan”. Twee klanten herkennen Greet. Ze zijn vandaag toegekomen uit België. Bart en Greet zijn een beetje een ‘power couple’ in de plaatselijke restaurantwereld.  Hij is bekend door zijn restaurants en zijn deelname aan het Amerikaanse tv-programma “Top Chef”. De bekendheid van Greet in haar land van afkomst helpt dan weer toeristen, zakenmensen en politici uit België aantrekken.

Bart Vandaele in BTOO.

Bart Vandaele in BTOO.

“Tijdens mijn loopbaanonderbreking zorgde ik voor de public relations van de restaurants en heb ik de website, Facebook-pagina en andere sociale media zoals Twitter en Snapchat op poten gezet”, vertelt Greet. “Maar ik werk niet echt in de restaurants zelf. Je zal mij nooit zien opdienen of manager spelen. Wel probeer ik regelmatig in de restaurants te zijn om mensen te begroeten. De Belgen en de vaste klanten waarderen die extra persoonlijke touch.”

Mist ze België? “Soms wel”, geeft Greet toe. “Vooral omdat ik er zoveel echt goede vrienden heb die ik veel te weinig zie. Dat geldt ook voor mijn familie. Ik heb een sterke band met mijn ouders en zus. Mijn petekind Elias is vorige week 18 geworden. Er is contact via Skype en FB maar dat is toch wat veraf allemaal.”

Toch denkt ze niet aan terugkeren. “ Bart en ik hebben ons leven hier uitgebouwd. En professioneel heb ik hier weer de kans om te doen wat ik graag doe.”

Ze houdt van Amerika zonder het land te idealiseren. “Amerika heeft ruimte en geeft mij nog altijd het gevoel dat er veel mogelijk is. Tegelijk besef ik maar al te goed dat ook hier de maatschappij steeds meer bekrompen wordt. Het land van de vrijheid en de immigranten heeft in de afgelopen 20 jaar een ander gelaat gekregen. Ik zie veel gelijkenissen met de sociale evolutie in Europa waar grenzen nu meer en meer gesloten worden, letterlijk en figuurlijk. Ik begrijp ook veel beter de schrik van de Amerikanen voor de wurggreep van de overheid.”

Het was een lange dag voor Greet. We nemen afscheid en spreken af om elkaar drie dagen later in New York terug te zien.

Geen rust

Greet is in New York om de voorverkiezingen en de VN-klimaattop te verslaan. We hebben afgesproken in het Millenium UN Plaza Hotel recht tegenover de Verenigde Naties. Greet is opnieuw om vier uur opgestaan. De VTM-kijkers hebben haar ook vandaag op het middag- en avondnieuws gezien. “Dit is de vijfde verkiezingscampagne die ik versla”, zegt ze, ” Ik heb nog nooit zo’n verdeeldheid gezien. Aan beide kanten is er massale kritiek op de partij-elites, net als in Europa. Je vraagt je af hoe dat verder zal evolueren.”

We praten over de Obama-jaren en het gesprek belandt, onvermijdelijk, bij het onderwerp  ziekteverzekering. “Obama heeft niet genoeg van zijn plannen kunnen doorduwen”, zegt Greet, “Er zijn geen serieuze toegevingen gekomen van de medische en farmaceutische sectoren. Dat maakt dat de medische kosten blijven stijgen. Onder Obamacare zijn nu inderdaad tien miljoen Amerikanen meer verzekerd dan in 2010. Het probleem is dat hun opleg vaak zo groot is dat ze niet of te laat naar de dokter gaan of, in het ergste geval, er financieel onderdoorgaan. Mocht er mij persoonlijk iets erg overkomen dan hoop ik dat ik me in België kan laten verzorgen. Ik ben daar nog altijd verzekerd.”

Ik vraag haar nog of ze het soms moeilijk vindt om haar persoonlijke voorkeur of afkeer van kandidaten   niet te laten blijken tijdens haar verslaggeving. “Nee”, zegt ze, “maar ik wil je gerust verklappen dat ik het tijd vind voor een vrouw in het Witte Huis.”

Enkele uren later vliegt Greet terug naar Washington. Een dagje relaxen is er niet bij. Prince is die ochtend dood aangetroffen. VTM wil dat ze meteen naar Minneapolis vliegt. Het is nog donker als ze de volgende ochtend om zes uur aan de met paarse ballonnen behangen afsluiting van Prince zijn domein met de microfoon in de hand klaar staat voor haar live verslag. Het is middag in België.

 

NASCHRIFT: Enkele dagen later e-mailt Greet: “Mijn dagje was gisteren wat door elkaar geschud. Er was op klaarlichte dag een vos in de tuin geraakt. Ik had het een beetje te laat gezien. Een van onze kippetjes heb ik uit zijn klauwen kunnen redden. Een andere heb ik gewond terug gevonden, voor 2 Betsy’s was het te laat. We hebben er nu dus nog 5 over. De gewonde is aan de beterhand. Ze zit in een grote doos in onze keuken tot ze weer helemaal beter is. Bart is the best doctor ever!”

 

 

 

Advertisements
This entry was posted in VS buiten New York and tagged , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s