EEN SUBWAY-INCIDENT

subway 4

 

 

 

 

 

 

 

 

Door Jacqueline Goossens

Het is spitsuur in de subway. In de wagon waar ik instap is er nog een zitplaats vrij maar er ligt een zak met cola-blikjes.

Van wie is die? Links ervan zit een zwarte vrouw met lange wit-geverfde nagels. Rechts zit een zwart, dik, stoer ogend meisje. Ze draagt een blauw New York Yankee-petje en bijhorende jekker en verf-bespatte zware werkschoenen. “Excuseer me”, zeg ik haar en ik wijs naar de zak. Ik heb juist geraden. Traag pelt ze haar armen van haar lief, ook een meisje. “Zet je voet opzij”, zegt ze tegen een Indisch uitziende vrouw die vlak voor haar staat, verdiept in Stieg Larsson. De vrouw fronst even de wenkbrauwen en schuift wat naar achter zodat de kerelse meid de zak tussen haar voeten kan zetten. Haar rechterdij, twee keer zo breed als de mijne, perst tegen mijn linker. Ik zet mijn tas op mijn schoot en haal er mijn krant uit. “Next stop Union Square ” galmt de luidspreker. Dat is vijf minuten ononderbroken rijden. Driehonderd kostbare seconden om te dutten, te dromen, te lezen, te keuvelen of te knuffelen zoals de twee meisjes naast mij doen. Ik kies voor lezen maar ik heb nog geen volledige zin uit of er galmt een luide mannestem aan de andere kant van de wagon: “Excuseer me dat ik u stoor…” Verschillende mensen zuchten. Ze kennen de routine. De man roept dat hij Aids heeft, dakloos is en ons heel dankbaar zou zijn als we hem uit de nood helpen met wat eten of kleingeld. Het dikke meisje gaat met een ruk rechtop zitten. “Get a job!”, roept ze luid naar de bedelaar die ze nog niet kan zien achter de reizigers die dicht-opeengepakt in de middengang staan. “Ziet u, mijn vrienden, welke vernederingen ik moet ondergaan”, horen we de man roepen, “toon wat medelijden sister. Ik ben te ziek om te werken”. “Bullshit!”, roept het meisje terug, “Ik ken uw soort. Ik ben ook dakloos geweest maar ik heb werk gezocht”. “Iets om te eten of een kleine bijdrage…”, probeert de man opnieuw. “Zoek werk leegloper”, roept het meisje. Niemand anders zegt iets. De blanke vrouw die voor mij staat rolt vermoeid haar ogen. De man naast haar grijnst en knipoogt naar ons. De vrouw met de wit-geverfde nagels vist een doos pijnstillers uit haar handtas. Ze schudt een blauw pilletje in haar hand en de man naast haar zegt “U mag er mij ook eentje geven”. We lachen, de spanning is even verbroken.

foto Claude Robillard

Intussen is de bedelaar dicht genoeg genaderd dat we kunnen zien dat hij een oudere zwarte is met een ongekamde witte haarbos. Hij zou de grootvader van het dikke meisje kunnen zijn. “Get a job!”, roept ze nog maar eens. De man steekt een tirade af die moeilijker te begrijpen wordt naarmate zijn opwinding toeneemt. Ik kan het niet meer aanzien. Ik leg mijn hand op de arm van het dikke meisje. “Rustig”, fluister ik, “misschien heeft hij psychische problemen. Je wil hem niet nog meer opwinden.” Het meisje snuift verontwaardigd. “Psychisch gestoord my ass”, zegt ze, luid genoeg dat iedereen het kan horen, “ze doen alsof ze zot zijn om medelijden te wekken. In het daklozencentrum waar ik zat, lachten ze onder elkaar met de suckers die daar in liepen”. De man is intussen bijna bij ons. Zijn ogen vlammen. “Please”, fluister ik, “misschien is hij niet gestoord maar neem geen risico’s. Mijn moeder was een psychiatrische patiente. Ik heb van kindsaf aan geleerd dat je zo’n mensen niet mag opjutten”. De Amazone legt nu op haar beurt een hand op mijn arm. “I’m so sorry”, zegt ze. Oef. Het is niet de eerste keer dat ik mijn moeder gebruik om begrip op te wekken voor een New Yorkse dakloze die duidelijk veel meer nodig heeft dan wat kleingeld. De man is intussen naar de laatste deur opgeschoven. De trein stopt. Hij stapt uit. Het dikke meisje trekt haar vriendin die heel de tijd gezwegen heeft, tegen zich aan. De zwarte vrouw met de witte nagels zucht diep en sluit haar ogen. De Indische vrouw is gaan zitten, meteen verzonken in haar Zweeds verhaal. Ik vouw mijn krant open. “Next stop Brooklyn Bridge”, zegt de luidsprekerstem. We rijden de donkere tunnel in voor vijf minuten om te dutten, te dromen, te lezen, te keuvelen of te knuffelen zoals de twee meisjes naast mij doen.

(Dit stukje verscheen oorspronkelijk  op 26 april 2011)

crowded-subway-car-and-suddenly-hearing-It’s-showtime

Advertisements
This entry was posted in transport and tagged . Bookmark the permalink.

3 Responses to EEN SUBWAY-INCIDENT

  1. elisabethkhan says:

    Mooi!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s