De zon schijnt in Coney Island

Jacqueline in Coney Island met een rode Elvis

Jacqueline in Coney Island met een rode Elvis

Het is de laatste zondag van maart. Het vriest min 5 graden. De lente mag dan officieel een week geleden zijn begonnen toch lopen we nog ingeduffeld met dikke winterjassen, sjalen, handschoenen en mutsen. We snakken naar deugddoende zon, bloeiende forsythia, frisgroene grassprietjes, blote benen en open ramen. “Komt er ooit nog een einde aan die kou?”, bromt Carlos, mijn Dominicaanse kruidenier terwijl hij een tros bananen op de weegschaal legt. “Kop op”, zeg ik, “Luna Park op Coney Island gaat vandaag open. De zomer kan niet ver meer zijn.”

Enkele uren later opent de borough president (stadsdeel-burgemeester) van Brooklyn de pretparken door een fles te verbrijzelen tegen Coney Islands beroemdste icoon: de Cyclone, een 88 jaar-oude houten achtbaan. Champagne is het niet, wel egg cream, een zomerse cocktail van melk, chokoladesiroop en spuitwater die in Coney Island werd uitgevonden.

De eerste rit van het seizoen is gereserveerd voor de notabelen van Brooklyn. De tweede rit is gratis voor de eerste honderd klanten. Vooraan in de rij staat Eric Napp, bijgenaamd ‘mister Cyclone’ die al meer dan duizend keren de achtbaan heeft afgezoefd. Voor hem is het extra-opwinding als de achtbaan na enkele minuten plots blijft haperen. In het karretje dat het hoogst hangt, dertig meter boven de grond, zitten twaalf mensen. Het Cyclone-personeel moet naar boven klimmen en de gestrande passagiers één voor één naar beneden leiden.

Hoe vaak ik al in Coney Island was, nooit had ik het lef om op de Cyclone te stappen. Elk jaar durft zo’n kwart miljoen mensen dat wel. Sommigen verliezen pruiken en kunstgebitten tijdens de wilde rit. Anderen worden misselijk. De meesten, aan het opgewonden gekraai te horen, amuseren zich kostelijk.

In de Nederlandse koloniale tijd heette dit schiereilandje aan de zuidkant van Brooklyn “Coneynen Eylandt”. Je hebt New York niet gezien als je er niet bent geweest. Liefst op een zomers weekend. Je kunt er makkelijk met de metro naar toe.

Het centrum van het volksvertier is de ‘fishing pier’. Aan de relingen  staan honderden mannen, vrouwen en kinderen schouder aan schouder te vissen. Een flard salsa, een flard rap, de geur van de zee, de walm van gebarbecuede vis, een hese lach, een donkerbruine mannenrug, het gekrijs van meeuwen. Je zou in Cuba, Brazilië of Puerto Rico kunnen zijn. Naast de pier koelen kinderen en volwassenen af in de golven. Sommigen hebben badpakken aan, anderen shorts en T-shirts. Wat je aanhebt is in Coney Island niet van belang. Hier zie je alle kleuren, alle patronen, alle maten. De mode kan ze kussen: hier komt men voor de lol.

Achter de pier strekt zich de houten ‘boardwalk’ uit, het Amerikaanse equivalent van een zeedijk. Aan de fastfoodstandjes staan lange rijen. Wandelaars likken ijsjes, slurpen cola, happen in hamburgers en hotdogs, knabbelen aan van boter druipende maiskolven en dopen frieten in ketchup. Uit de pretparken waait een schetterende kakafonie van luide gillen en schallende muziek. Wie waagt zich op het Wonder Wheel dat al sinds 1920 de durvers 45 meter de hoogte indraait en beloont met spectaculaire zichten? Of dans je liever salsa op de boardwalk op de muziek van rum nippende Puertoricaanse muzikanten die er hun vaste stek hebben? Is r&b en funk meer je ding dan kun je wat verder terecht bij zwarte dj’s die hier elk weekend op post zijn.  Hou je van baseball dan kun je een wedstrijd bijwonen in het stadion van de “Brooklyn Cyclones”met zicht op zee. Voor vuurspuwers, zwaardslikkers en vrouwen met baarden moet je naar de freak show van Coney Island USA.

Luna Park Coney Island

Luna Park Coney Island

Hoe kleurig Coney Island ook is toch zou ik er veel voor geven om in een tijdmachine naar het Coney Island van 1904 te reizen. Dat jaar openden er twee pretparken: Dreamland en Luna Park. Ik zou er boksende paarden, het Infantorium met prematuurjes en een theehuis met 40 geisha’s zien. Ik zou rondwandelen in Dwarf City, een dorp van driehonderd dwergen dat zijn eigen minatuur-parlement, -strand, -winkels, -theater, -brandweer en -politie had. De uitbaters van het dwergdorp moedigden de bewoners aan seksuele taboes te verbrijzelen en adverteerden hun ‘promiscuiteit, homoseksualiteit en nymfomanie’ alsook het feit dat 80 procent van de baby’s die er geboren werden, buitenechtelijk waren. Zelfs Freud kwam er naar kijken. Ik zou een dorp bezoeken waar 300 uit Indië overgebrachte Hindu’s  woonden samen met 60 olifanten en 40 kamelen. Ik zou me in Luna Park vergapen aan 1300 torens, minaretten, bogen en koepels, verlicht met 1,3 miljoen gloeilampen. Ik zou er een “Reis naar de Maan” maken. In Dreamland zou ik varen op “de kanalen van Venetië” en door een met ijs gekoeld “Zwiters Alpenlandschap” rijden. Ik zou de Vesuvius lava zien spuiten over Pompeii, een hele straat in de vlammen zien opgaan terwijl de pompiers de om hulp schreeuwende ‘bewoners’ redden. Ik zou zowel ‘de schepping van de wereld’  als ‘het einde van de wereld’ bijwonen. Het was allemaal dagelijkse kost in het Coney Island van 111 jaren geleden. Dagen had je nodig om alle attracties te zien.

Deamlan Coney Island

Deamlan Coney Island

Coney Island was toen de populairste toeristische attractie van New York, zoniet de wereld. In vergelijking met dat wonder is de grootste New Yorkse trekpleister van vandaag, Times Square met zijn gigantische lichtreclames en verklede figuren, eerder flauwe kost.

April 2015

Advertisements
This entry was posted in Brooklyn and tagged . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s