ALLES IS NOG NIET ONTDEKT

Op bezoek in de “Explorers Club”

Door Jacqueline Goossens en Tom Ronse

 

De naam “Explorers Club”doet denken aan Kuifje of Indiana Jones maar de club bestaat wel degelijk. De vereniging van ontdekkingsreizigers  floreert zelfs. Ze heeft ruim 3000 leden wereldwijd. Geselecteerde leden want alleen wie zijn of (sinds 1981 ook) haar sporen verdiend heeft kan zich aansluiten. Maar wat betekent het om ontdekkingsreiger te zijn in een wereld waarin alles al in kaart is gebracht en we via satellieten elk detail kunnen zien? Knack Weekend zocht het antwoord in het hoofdkwartier van de club en sprak met enkele illustere leden.

Ontdekkingsreizigers moeten tijdens hun expedities vaak de meest barre omstandigheden doorstaan maar hun clubhuis in New Yorks chique Upper East Side oogt bijzonder comfortabel. De villa in Jacobijnse stijl werd in 1910 opgetrokken voor een erfgenaam van het Singer naaimachine-fortuin. In 1965 werd ze het internationale hoofdkwartier van de Explorers Club. Lacey Flint, de enthousiaste archivaris, geeft ons een rondleiding. De club werd in 1904 gesticht. In de fotogalerij staan we oog in oog met haar beroemdste leden. Er zijn verschillende “famous firsts” bij: Robert Peary en Matthew Henson (eerst op de Noordpool, 1909), Roald Amundsen (eerst op de Zuidpool, 1911), Edmund Hillary en Tenzing Norgay (eerst op het hoogste punt op aarde, 1953), Jacques Piccard en Don Walsh (eerst op het diepste punt in de oceaan, 1960), Neil Armstrong, Buzz Aldrin en Michael Collins (eerst op de maan, 1969). Andere beroemde leden zijn president Theodore Roosevelt, astronaut John Glenn, vlotvaarder Thor Heyerdahl en de chimpansee-experte Jane Goodall.

Het is de gewoonte van clubleden om de vlag van de club mee te nemen op expedities. In de ‘Clark Room’ zijn die vlaggen verzameld. Sommige zijn in gehavende staat. Dat zal wel een lastige tocht geweest zijn, denk je dan. De kleinste vlaggen, niet veel groter dan postkaarten, zijn op de maan geweest, tijdens drie Appolo-missies.

“Hier vind je 15.000 boeken over ontdekkingsreizen”, zegt Lacey trots als we de bibliotheek binnenwandelen.  We bewonderen het prachtige houten plafond. “Dat komt uit een 15de eeuws Italiaans klooster”, vertelt ze. De grootste kamer in de villa –wat verwacht je anders in een club van ontdekkingsreizigers- is ‘the Trophy Room’. Ze zou niet misstaan in het kasteel van Molensloot. Ze bevat een eclectische verzameling met onder meer ceremoniële drums uit Afrika, slagtanden van olifanten en  mammoeten, een mantel uit Alaska gemaakt van cederschors en wol, een opgezette cheetah, gazellekoppen, een tand van een narwal en de penis van een potvis. “Die ontlokt altijd gegiechel”, grinnikt  Lacey.

In de archiefkamer toont ze me nog enkele zeldzame objecten uit de verzameling waaronder brieven van Henry Morton Stanley die in opdracht van Leopold II de Congo “ontdekte”.  In de statige inkomhal wijst ze  naar een grote, door de tijd vergeelde wereldbol. “Die stond eerder in ons vroegere hoofdkwartier”, vertelt Lacey. “Er is een foto  van Thor Heyerdahl en zijn medewerkers die rond deze bol staan terwijl ze het plan voor de Kon-Tiki-expeditie bespreken.”

 

steele 3.jpg

Bill Steele

De speleoloog

Bill Steele zag die foto toen hij nog een kleine jongen was. Ze stond in het boek dat Heyerdahl over zijn oceaan-oversteek in een zelfgemaakt vlot van hout en riet had geschreven. “Ik heb vaak naar die foto gekeken en me afgevraagd hoe men een ontdekkingsreiziger wordt”,  zegt Steele.

De nu 67-jarige man is nog een ontdekkingsreiziger in de klassieke betekenis. “Mijn grootste plezier is ergens komen waar nog geen mens voor mij is geweest”, zegt hij. De aarde is al grondig geëxploreerd maar er zijn twee biotopen die nog voor een groot deel onontdekt blijven en voor Google’s camera’s onzichtbaar zijn: de diepe oceaanbodem en onderaardse grotten.  Steele koos voor de laatste. “Reeds als teenager begon ik grotten te exploreren”, vertelt hij. “Toen ik 20 was had ik al een reputatie in het speleologenmilieu.  Toen ik 30 was had ik al enkele belangrijke ontdekkingen gedaan.  Het was dan dat ik kennis maakte met Russell Gurnee, de toenmalige president van de Explorers Club. Ik vertelde hem over mijn plan om een grot in zuid-Mexico te exploreren en hij raadde me aan om in de club hulp te zoeken om de expeditie te organizeren. Op zijn voorspraak werd ik lid. De expeditie werd een groot sukses: we ontdekten het grootste grotsysteem ter wereld, 100 km lang en 1,6 km diep.  We zijn nog altijd bezig met de exploratie ervan. Elk jaar organizeren we een expeditie.” [Zie: www.PESHcaving.org]

Zo’n expeditie is niet zonder gevaren. Steele kan er van meespreken. “In 1977 zaten we vast in een onderaardse grot. Het duurde vier dagen eer we vermist werden. We hadden zeer weinig eten en brandstof bij, die moesten we zorgvuldig rantsoeneren. Toch was ik toen niet bang dat ik zou sterven. Dat was ik wel tijdens flash floods. Dat zijn kolkende rivieren die plots ontstaan na hevige regenval. Ik heb er in de grotten drie overleefd. In de ergste leken we vogels voor de kat, we hadden slechts enkele seconden om ons te redden. We deden exact wat we moesten doen en haalden het net.”

Toch blijft hij het doen. “ Al 54 jaar lang exploreer ik grotten. Ik kan het nog altijd. Ik waag me in grotten waar jonge speleologen niet in durven afdalen. Ik voel mijn leeftijd maar ik ben nog fit. Exploreren houdt me jong. Het is het plezier van ontdekkingen te doen, om plaatsen te bereiken die nog niemand bereikt heeft, om uit te puzzelen waar die plaatsen zijn, om de eerste voetafdrukken te maken in maagdelijke grond.”

 

Gregory_Olsen

Greg Olsen

De astronaut

Onze eigen planeet is grotendeels geëxploreerd maar er is nog zoveel daarbuiten. Sommigen vinden dan ook dat de astronauten de ontdekkingsreigers van vandaag zijn. Verschillende van hen zijn lid van de club. De meeste zijn professionals. Greg Olsen is een uitzondering: hij is een burger-astronaut.  Een ruimte-toerist, zou je kunnen zeggen maar Olsen houdt niet van die term. “Die impliceert dat ik enkel een cheque schreef en een plezierreisje maakte”, zegt hij. “Geloof me, zo ging het niet”. Maar Olsen schreef wel een cheque en maakte een reis die het grootste plezier van zijn leven was.  Hij was en is een rijke man die fortuin maakte met een zelfgestart bedrijf van electronische sensoren. In 2005 betaalde hij het Russische ruimte-agentschap  20 miljoen dollar voor een tiendaagse trip naar en van het Internationale ruimtestation. Maar je stapt zomaar niet van de ene op de andere dag in een Soyuz.  “Er ging twee jaar voorbereiding  aan vooraf”, vertelt Olsen, “met in de laatste zes maanden een intensieve training in Rusland.”

Het genot van een ruimtevlucht valt niet te omschrijven, zegt hij. De hoogtepunten: “ De opluchting en pure vreugde die ik voelde toen de raket de lucht inschoot, de snelheid ervan voelen zonder misselijk te worden, de aarde zien als een grote blauwe bol, gewichtloos door de kabine zweven…”

Olsen benadrukt  dat hij er niet enkel bij was om toe te kijken. “Ik heb in het ruimtestation verschillende wetenschappelijke experimenten uitgevoerd in mijn vakgebied”, zegt hij. De reis was niet zonder gevaren. “Tijdens onze terugkeer hadden we een zuurstoflek. Het was mijn taak om de nood-zuurstofklep te openen en open te houden tot de luchtdruk stabiliseerde. Gelukkig lukte dat en hebben we het overleefd.”

Olsen is nu 70, tien jaar ouder dan toen hij door de ruimte vloog. Zijn exploratiedagen liggen achter hem. “Wel geef ik nog graag voordrachten om kinderen warm te maken voor wetenschap en ruimte-onderzoek. Maar ik heb ook een ranch in Montana en wijngaarden in Zuid-Afrika…voor de rest hou ik me bezig met mijn kleinkinderen te zien opgroeien.”

 

expl rodzianko.jpg

Paul Rodzianko

De amateur

Paul Rodzianko is een type ontdekkingsreiziger dat al lang bestaat: de enthousiaste amateur.  Hij heeft niet de wetenschappelijke achtergrond van de meeste andere clubleden maar hij compenseert dat door zijn inzet. Hij is zeer actief in het organizeren van lezingen en andere activiteiten van de club.  Andere clubleden weten dat ze op hem beroep kunnen doen als trouwe gezel op hun expedities.  Ze kenden zijn fascinatie met de Noordpool en Antartica en in de afgelopen 30 jaar kon hij meermaals aan expedities in die gebieden deelnemen.

Paul stond altijd klaar. Ook toen zijn vriend Jerry Hamlin hem vroeg om alles te laten vallen en hem te vergezellen naar de Comoren om er een krater te exploreren en een coelacanth te vangen voor het Brooklyn aquarium. Coelacanths zijn een uiterst zeldzame primitieve vissoort waarvan men dacht dat ze al miljoenen jaren uitgestorven waren.  “Op een nacht ging ik samen met een lokale visser coelacanths zoeken. We vonden er geen maar erger was dat ons bootje kantelde zodat we naar de kust moesten zwemmen. Toen was ik bang want haaien zijn niet zeldzaam in die waters. Ik beelde me in dat ze aangetrokken werden door de lichtende sporen die we zwemmend in het fosforrijke water maakten.  De volgende dagen vergat ik mijn angst. We trokken naar de top van de Karthala-vulkaan. In de krater vonden we groene kristallen. Op terugweg vlogen reuzevleermuizen zo groot als pterodactyls boven ons terwijl we voor ons de jungle en daarachter de oceaan zagen liggen. Zo’n momenten vergeet je niet.”

En de coelacanth?

“Uiteindelijk hebben we er een te pakken gekregen. Een knaap van anderhalve meter. Helaas heeft hij het niet overleefd. We schonken hem aan de John Hopkins universiteit voor research, ze hebben er verscheidene studies over gepubliceerd.”

Andere herinneringen zijn minder aangenaam. Een nacht in een sneeuwstorm in een tentje op een met ijs bedekte bergtop. Meegesleurd worden in een ijzige bergstroom. In een kloof vallen op een hoogte van 6000 meter. Rodzianko: “Toen ik in die kloof zat, heb ik mezelf beloofd: als ik dit overleef, ga ik het kalmer aandoen. Voor vrouw en kinderen. Sindien exploreer ik minder gevaarlijke streken. Ik bestudeer de tradities van Georgie en Azerbeidzjan en wil er archeologisch onderzoek doen. Op mijn leeftijd mag het wat rustiger.”

alegra2.jpg

Ally Alegra

De antropologe

De aarde mag dan wel in haar geheel in kaart zijn gebracht, dat betekent niet dat alles in diepte is beschreven. Vele ontdekkingsreizigers van vandaag kijken dan ook eerder dieper dan verder. Hun onderzoek is antropologisch gericht: ze willen de kennis van bevolkingen die nog niet of maar gedeeltelijk opgeslorpt werden in onze kapitalistische cultuur documenteren, voor hij verloren gaat.  Ally Alegra is zo’n ontdekkingsreiziger.

“Ik heb er altijd naar verlangd om de wereld te exploreren”, vertelt ze. “Ik was elf jaar toen ik mijn expeditie naar het hart van de Congo begon te plannen. In de klas dagdroomde ik over de jungles van Papua New Guinea.”  Sindsdien heeft ze vele van haar kinderdromen waar gemaakt. Ze reist vooral in Afrika en Polynesië en dompelt zich telkens ruime tijd onder in het leven van locale stammen.

Een vrouwelijke ontdekkingsreiziger heeft het moeilijker dan haar mannelijke collega’s, vindt Ally. “Toch als ze alleen reist. Er zijn meer potentiële gevaren. Je moet dus meer op voorhand plannen, je beter voorbereiden dan mannen. Ik zou graag meer met vrouwelijke gidsen en vertalers werken.”

Haar interesse gaat vooral uit naar de relatie mens-natuur en naar de situatie van vrouwen. “Ik documenteer de ecologische kennis van de stammen en plan projecten in samenwerking met hen, ook om hun rechten te verdedigen. Ik wil bemiddelen tussen hen en de grote bedrijven. Ik ga documentaire films maken. Ik wil vrouwen inspireren om hun eigen leven in handen te nemen in plaats van zich te laten pletwalsen door wat de normen dicteren… er is zoveel te doen.”

Een van haar huidige projecten heet “Wild Born”.  In het kader daarvan documenteert ze de geboortepraktijken van zogenaamd primitieve stammen.  “Een van mijn mooiste herinneringen was een geboorte die ik meemaakte van start tot finish in een hutje in de Namibische woestijn, bij de Himba’s. In dat hutje waren behalve ik en de aanstaande moeder haar moeder en haar twee zusters die dienst deden als vroedvrouwen.  De manier waarop de vrouwen het meisje koesterden en hielpen en het moment van de geboorte, dat zal ik nooit vergeten.”

laetitia.jpg

Laetitia Garriott de Cayeux met haar man en kinderen

De onderneemster

 Als de nieuwe ontdekkingsreigers ruimte-onderzoekers en antropologen zijn, dan scoort Laetitia Garriott de Cayeux dubbel.

“Mijn interesse voor de ruimte is niet toevallig”, vertelt Laeticia. “Mijn grootvader was de eerste Franse planetaire geoloog – een maankrater is naar hem genoemd- en mijn schoonvader was een astronaut aan boord van de Space Shuttle. Mijn man Richard volgde al in zijn vaders voetsporen. In 2008 vloog hij met een Russische Soyuz naar het ruimtestation.” Richard Garriott, met wie ze in 2011 huwde , maakte fortuin met het ontwerpen van computerspelen en betaalde zoals Greg Olsen zelf voor zijn ruimtetrip. Het paar stichtte samen een bedrijf, “Escape Dynamics” waarvan Laeticia president is. Escape Dynamics werkt aan een ruimteschip dat, in tegenstelling tot alle raketten tot nu toe, niet door eigen brandstof zou worden aangedreven maar door externe electromagnetische energie die via microgolven naar het tuig zouden worden gestraald. “Ons plan is om tegen 2020 klaar te zijn voor de lancering”, zegt Laetitia. Als het lukt zal de kostprijs van een ruimtereis honderd maal kleiner worden.”

laetitia 3.jpg

Laetitia en haar zoontje in Hmong-kledij

Haar droom om zelf een ruimtereis te maken is dus niet onrealistisch. “Intussen exploreer ik samen met mijn man de culturen van geisoleerde bevolkingsgroepen in afgelegen gebieden. Zo bestudeerden we de cultuur van Bhutan in het Himalaya-gebergte, een van de minst beschreven gebieden op aarde. De mensen daar zijn opmerkelijk gelukkig en we probeerden uit te vissen hoe dat komt. Het fascineerde me om de plaatselijke tradities te ontdekken en de rituelen bij te wonen. De monikken voerden een vruchtbaarheidsritueel op ons uit. Het heeft blijkbaar gewerkt want we hebben sindsdien twee kinderen gekregen. Die hebben we meegenomen op onze jongste reis naar de Hmong, bergstammen in Laos. Ik vind het heel belangrijk dat mijn kinderen leren dat de Westerse cultuur niet de enige manier is om de wereld te interpreteren.”

 

baron3.jpg

Baron Ambrosia

De culinaire ontdekkingsreiziger

Zijn echte naam is Justin Fornal maar iedereen kent hem als Baron Ambrosia, clown, film- en tv-maker, kok, ambassadeur van de Bronx en culinaire ontdekkingsreiziger. De baron mag zich dan wel vaak clownesk gedragen (zie Utube), zijn culinaire expedities zijn echte ontdekkingsreizen. Vandaar dat hij werd uitgenodigd om lid te worden van de club. De baron is blij dat hij daarop inging. “Lid zijn van de Explorers Club heeft me in een cirkel geplaatst van mensen die denken zoals ik. Bijna iedereen waarmee je hier spreekt werkt aan een of ander ongelooflijk project. Hun passie en gedrevenheid inspireren me. Wat je ook researcht, er is altijd wel iemand in de club die je verder kan helpen.”

Een van zijn voornaamste interesses is de Garifuna-cultuur.  De Garifuna’s zijn afstammelingen van zwarte slaven en Carib-indianen. Ze bewonen de oostkust van centraal-Amerika, van Belize tot Nicaragua. Ze hebben hun eigen taal, gewoonten, kruiden en recepten. Er zijn ook Garifuna’s in de Bronx, de geliefde thuishaven van baron Ambrosia. “In de weekends vind je in Crotona Park Garifuna chefs die een gerecht van vissekoppen in kokonootmelk verkopen dat je doet rechtstaan en juichen”, zegt hij enthousiast.

“Ik had gehoord dat er in de Bronx een Garifuna-vrouw was die een grote kennis bezat van geneeskrachtige wortels. Het kostte me een jaar om haar op te sporen. De Bronx lijkt niet zo groot maar iemand kan er gemakkelijk in verdwijnen. Je moet geduld hebben om in een gesloten culturele groep verwelkomd en vertrouwd te worden maar als het gebeurt, dat is iets heel speciaals.  Die vrouw werd een goede vriendin. Ik documenteerde haar recepten. Haar kasten zaten vol met wortels van diverse planten uit Honduras. Ze gaat me vergezellen op mijn volgende expeditie. Het doel is om de beruchte liefdesdranken van de Miskito-indianen te documenteren.”

In centraal Amerika buiten de toeristische zones reizen is niet zonder risico’s.  “Met straatmisdaad kan ik omgaan”, zegt de baron, “die heeft zijn vaste regels. Een controlepost van het leger of de politie is een ander paar mouwen. Vooral als die bemand is door jongelui met bloeddoorlopen ogen en  Kalashnikovs. Dan begint het schaakspel”.

Maar je mag je daardoor niet laten afschrikken, vindt hij. “Je moet je leven zo passioneel mogelijk leven.  Te veel mensen leven op eierschalen, bang om de normen te breken. Je zult nooit iets echt kennen als je enkel observeert vanop de zijlijn. Ik ben een mens die de onwaarschijnlijke plannen die we fantaseren als we een paar whisky’s op hebben effectief uitvoert. Het duurt soms een tijd maar eens ik er mijn tanden inzet is er geen houden aan.”

baron2

Explorers Club, 46 East Seventieth Street, New York, NY 10021, http://www.explorers.org. Verschillende kamers in de Club zijn op weekdagen gratis te bezoeken. Info:lflint@explorers.org of 1-212-628 8383. Groepen tot maximum 20 personen.

September 2015

Advertisements
This entry was posted in Upper East Side and tagged , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s