WELKOM

Welkom op de blog van Jacqueline Goossens. Jacqueline heeft ook een website waar u de meeste van haar columns en ander journalistiek werk kunt lezen: http://jacquelinegoossens.com/WebJG/

Klik hierboven op “About” voor meer uitleg over deze blog. Klik op “Rondleidingen” als u geinteresseerd bent in een tocht door New York met Jacqueline, en op “Boeken” als u meer wil weten over haar reisgidsen en andere boeken.

Op deze blog verschijnt elke zaterdag een nieuw stuk, meestal met eigen foto’s, over New York in al zijn aspecten.

Veel leesplezier en tot in New York!

foto Bart Michiels

Foto: Bart Michiels

Posted in Uncategorized | Leave a comment

HOW NEW YORK HAS CHANGED

1975

The image above was the front of a leaflet given to tourists arriving at JFK airport in 1975. The leaflet advised the visitors never to use the subway and not to go out anywhere after dark. Even then that was quite over the top. Today, New York is quite different. Of course, serious problems remain but the subway is quite safe and there are no “no go” areas anymore.

Het beeld hierboven stond op een vlugschrift dat in 1975 werd uitgedeeld aan toeristen die arriveerden in de JFK luchthaven. Het adviseerde bezoekers om nooit de subway te gebruiken en om na zonsondergang binnen te blijven. Dat was ook toen overdreven. Vandaag is New York heel anders geworden. Natuurlijk zijn er nog ernstige problemen maar de subway is veilig en er zijn geen “no go”- wijken meer. Dus aarzel niet…

Posted in Uncategorized | Tagged | Leave a comment

STAPLETON

Ik woon in Stapleton op Staten Island, New Yorks dunst bevolkte stadsdeel. De wijk begon in de jaren 1830 als een door twee rijke investeerders gepland dorp gelegen aan de oever van de baai van New York. Stapleton heeft in de loop van de tijd zijn ups en downs gekend. Gelukkig is er een rijke variatie aan gebouwen bewaard gebleven, van het oudste (1801) zwarte kerkje op Staten Island tot imposante, laat 19de eeuwse Victoriaanse villa’s, bescheiden 19de eeuwse houten arbeiderswoningen en een voormalige bioscoop en hospitaal in Art Deco-stijl. Fotograaf Matthew Kiernan neemt u mee op een wandeling door Stapleton. Geniet ervan.

Klik HIER…

390 Van Duzer St., Stapleton
Posted in Staten Island, Straatbeelden | Tagged , | Leave a comment

BOTANISCHE WONDEREN

English text below the Dutch.

 Heb je ooit de heerlijke zachte citroengeur van een Cereus geroken? Dat is wat ik gisteravond heb gedaan bij mijn NewYorkse vrienden Robin en David. Dit natuurwonder bloeit slechts een nacht. Tegen de ochtend beginnen de prachtige witte bloemen te verwelken.

Bij valavond waren de bloemen nog dicht

Bij valavond waren de bloemen nog gesloten

Toen het donker werd, plooiden ze open

Toen het donker werd, plooiden ze open

De cereus bloeide precies een week na de beroemdste bloem in de prachtige botanische tuin in de Bronx.Ruim 25.000 mensen zijn ernaar gaan kijken. Het was 80 jaar geleden sinds een van die planten gebloeid had in de tuin. De bloei duurde iets langer dan de cereus van Robin en David maar na twee dagen was het ook afgelopen. De mysterieuze bloem heet Amorphophallus titanum of “Corpse Flower” (“Lijkenbloem”). Ze dankt die naam aan haar geur van rottend vlees.

The-Corpse-Flower

Die stank, alsook de vlezige kleur van de binnenkant van de gigantische bloemenkelk, dienen om de vleesetende vliegen en kevers aan te trekken die voor de bestuiving moeten zorgen. De plant is afkomstig uit het westen van Indonesië. In het wild kan ze 3,6 meter hoog groeien, in tuinen 2,4 meter.

Voor een timelapse video van de bloei, surf naar http://www.nybg.org/exhibitions/2016/corpse-flower.php

 In 1939 werd de Corpse Flower uitgeroepen tot de officiële bloem van de Bronx. In de laatste decennia van de vorige eeuw, toen de Bronx werd geplaagd door een zeer hoog aantal moorden, moet dit nogal cynisch hebben geklonken. Dat was wellicht de reden waarom Bronx Borough President Fernando Ferrer in 2000 besloot dat het tijd was om de Corpse Flower te vervangen door de daglelie.

The Night Blooming Cereus

The Night Blooming Cereus

Ever smelled the delicious soft lemony scent of a Night Blooming Cereus? I just witnessed this true wonder of nature that lasts only one night at the New York home of my dear friends Robin and David.

cereus (2)

It came exactly one week after 25.000 thousand people had gone to the New York Botanical Garden in the Bronx to take a look at the “Corpse flower” or Amorphophallus Titanum. The last time one of those truely stinky plants had flowered at the Garden was 80 years ago. The blooming lasts 24 to 36 hours. The Corpse Flower gets its name from its rotting meat smell. Its inside has a meaty color to attract the pollinators who feed on dead animals. This native of western Indonesia can grow up to 12 feet (3,6 meter) in the wild and 8 feet (2,4 meter) when cultivated. For a timelapse video of the blooming go to http://www.nybg.org/exhibitions/2016/corpse-flower.php

In 1939 the Corpse flower was named the official flower of the Bronx. In the last decades of last century, when the Bronx was plagued by a very high murder rate, this must have sounded kind of cynical. Which may have been the reason why in 2000 Bronx Borough President Fernando Ferrer decided that it was time to replace the Corpse flower by the day lily.

corpse-flower Bronx

Posted in Bronx | Tagged , , | Leave a comment

BEHIND THE SCENES OF WALL STREET

wall st

Are you interested in an in-depth tour of Wall Street? My dear friend and colleague sightseeing guide Annaline Dinkelmann will gladly take you on a walk during which she will talk about the history and architecture of one of the most famous streets in the world. As somebody who worked for over a decade for the financial firm Morgan Stanley, she has a deep understanding of the workings of the stock market. In 2006 she decided she wanted to share her passion and knowledge with fellow New Yorkers and tourists by launching Wall Street Walks.  For more information and to book a tour please go to www.wallstreetwalks.com

Annaline Dinkelmann

Annaline Dinkelmann

 

Posted in Downtown | Tagged , | Leave a comment

KEIZER TRUMP

578664942

Hier in Amerika was het deze week allemaal Trump wat de klok sloeg. Het orgelpunt van de Republikeinse conventie in Cleveland, toen Trump als een keizer naar zijn onderdanen stond te wuiven terwijl duizenden ballonnen op hen neer regenden, deed me terugdenken aan een verjaardagsfeestje, twintig jaar geleden. Het was een hete zomerdag zoals vandaag. Trump vierde zijn vijftigste verjaardag  en ik was een van de (bijna duizend) genodigden. Ik schreef toen onderstaande column.

*      *      *

Het is een van die zwoele New Yorkse zomeravonden waarop het kwik maar niet onder de dertig graden zakt. Het wemelt van het volk op Fifth Avenue. In T-shirts en shorts, met zweetdruppels op het voorhoofd en een ijsje in de hand, staan mensen te kijken naar de sneeuwvlokken die op het voetpad en de rode luifel van de Elizabeth Arden-winkel vallen. Artificiële sneeuw natuurlijk: een filmploeg is een reclamefilmpje aan het draaien voor Elizabeth Ardens wintercollectie. Ook in de etalage van Gucci hangen er al grijze en beige bontmantels. Lang kan ik me aan dit surrealistisch spektakel niet vergapen. Ik word verwacht op een verjaardagsfeestje. Een paar gebouwen verder kom ik aan het huis van de jarige. Er staan verschillende politiewagens geparkeerd. Als ik de rode loper die naar de open voordeur leidt betreed, word ik tegengehouden door drie kleerkasten in onberispelijke pakken. “Waar ga je naar toe?” vraagt de kleinste terwijl hij gevaarlijk met zijn walkie-talkie in mijn richting zwaait. Ik toon mijn perskaart. Hij doet een teken naar de twee grotere kerels. Die escorteren me tot vlak aan de voordeur waar drie koele kikkers met elk een lange lijst met namen in de hand de weg versperren. Ik word toch een beetje zenuwachtig. Links en rechts van de rode loper staan massa’s nieuwsgierigen opeengedrumd achter fluwelen koorden en ze kijken allemaal naar mij. Wat als mijn naam niet op die lijst staat! Ik zie me al met de staart tussen de benen afdruipen terwijl de toeschouwers me uitlachen en joelen. New Yorkers doen zo’n dingen. Maar geen nood. Mijn naam wordt gevonden en ik mag binnen.

Ik wandel tussen een falanx van fotografen en televisieploegen die geen centimeter film aan mij verspillen. Op het einde van de loper zit een strijkorkestje te spelen onder een enorm bloemstuk. Nog enkele stappen en ik kan onderduiken in de zee van genodigden.

“Sjempeen meddem?”, vraagt een kelner me meteen. Een andere houdt me een dienblad voor met ‘ordoevers’, hapjes op een bed van verse bloemen. Ik ben in Trump Tower, de roze marmeren en gouden paleistoren compleet met waterval van Donald Trump. Keizer Trump, Amerika’s flamboyantste bouwheer, speculant en casino-eigenaar, wordt vandaag vijftig jaar. Dit is het intieme verjaardagsfeestje dat zijn tweede vrouw, de achttien jaar jongere Marla Trump, voor hem geeft. Ze heeft vierhonderd gasten en honderden Amerikaanse en buitenlandse reporters uitgenodigd. Donald en Marla zijn natuurlijk nog niet gearriveerd.

Links en rechts vraag ik aan gasten of ze vrienden zijn van de Trumps. Geen enkele van de bankiers, vakbondsbazen, managers en makelaars blijkt hen echter persoonlijk te kennen. Een man zegt me dat hij weliswaar niet bevriend is met de Trumps maar wel met het Belgische koppel Hugo en Nicole. “Die kent u toch?”, zegt hij, “Ze komen volgende week op bezoek.”

“Ja maar meneer”, antwoord ik, “er zijn tien miljoen Belgen, ik ken die niet allemaal bij de voornaam.”

Hij bekijkt me een beetje raar. “U bent zeker al lang uit het land weg?”

Dan bots ik op Marla’s dokter en Der Scutt, de architect van Trump Tower. “Dit gebouw heeft mijn carriere gelanceerd”, zegt hij trots, “vind je het mooi?”

“Het blinkt wat te veel”, zeg ik. Dat vind ik overigens ook van vele gasten hier vanavond. Een parvenu-smaak domineert. Te veel juwelen, te veel make-up, te veel parfum. En de decolleté’s van de oudere dames! Een van hen, mollig en met een enorme haardos, in een azuurblauw, met parels bestikte avondjurk en met rode ook met parels bestikte hoge hakken, draagt haar halfblote boezem fier voor zich uit. “Kent u Donald Trump?” vraag ik haar.

“Donald? Donald? But of course!” kirt ze met een pseudo-Frans accent.

Plots breekt een koor van ooooh’s en aaah’s uit. Marla’s moeder, een verbluffend mooie vrouw, komt binnen met ‘prinses’ Tiffany, het tweejarig dochtertje van de Trumps in haar armen. Het kind is gekleed in een wolk van witte zijde en kant. In haar lange blonde krullen zitten enkele verse, roze roosjes. Jammer voor haar lijkt ze verschrikkelijk goed op haar pa. Dan stijgen er luide kreten van bewondering op. De fotografen schieten zich een ongeluk. Ivanka, Donalds dochter bij zijn eerste vrouw Ivana,  loopt heupwiegend over de rode loper. Het zelfverzekerde, donkerblonde girafje in het zwarte kanten mini-jurkje is vijftien. Haar twee broers die achter haar aanlopen, grinikken maar wat. Zo te zien hebben ze dit nummertje al vaker opgevoerd. Tien minuten later komt het feestvarken met blonde Marla aan de arm binnengeschreden. Een half uur lang delen ze zoenen uit en schudden ze handjes. Om half acht stipt wordt de waterval stil gelegd en galmt Sinatra’s ‘New York, New York’ door de marmeren zaal. Marla leidt de ceremonie. Er moeten speechen worden gegeven en vooral veel foto’s genomen.

Eric Trump, Donald Trump Jr., Tiffany Trump, Ivanka Trump, Donald Trump en Marla Maples

Eric Trump, Donald Trump Jr., Tiffany Trump, Ivanka Trump, Donald Trump en Marla Maples

Om acht uur schettert de filmmuziek van ‘Superman’ door de luidsprekers: “Who is it? It’s Superman! It’s Superman!”  Er wordt een reusachtige taart binnengerold. Alle Trump-gebouwen staan er op, samen met een suikeren Trumpje in een Superman-pak met een dollarteken op de borst.

Eartha Kitt

Eartha Kitt

Plots worden de lichten gedempt. Een enkel spotlicht  beschijnt de  bovenste trede van een  wijde marmeren trap.  Daar staat een  betoverende vrouw met grote, glanzende donkerbruine ogen,  innig omhelsd door een lange, perfect aansluitende lichtblauwe lovertjesjurk. Heupwiegend  schrijdt ze naar beneden. Trump glundert. Iemand reikt haar een microfoon aan. Ze schudt haar donkere manen naar achter, ademt diep en haakt haar ogen vast in die van Trump. Het wordt muisstil in de zaal.  Ze begint te zingen:  “Happy birthday  dear Donald…” Het is een perfecte imitatie van Marilyn Monroe die lang geleden datzelfde banale liedje een zwoele dubbele bodem meegaf toen ze het zong op het verjaardagsfeest van haar  minnaar, president Kennedy. Als ze uitgezongen is, gaan er netten aan het plafond open en duizenden gouden ballonnen regenen op ons neer. Iedereen, ikzelf inbegrepen, applaudisseert uitbundig. De zangeres reageert met een hartelijke, hese lach die me doet vermoeden dat ze zich kostelijk geamuseerd heeft met haar  knipoog naar Amerika’s beroemdste sekssymbool. Ze heet Eartha Kitt en ik beloof mezelf dat ik  absoluut naar een van haar concerten zal gaan. Voor het te laat is.

Tien minuten later verdwijnen de Trumps en hun bodyguards door een zijdeur. Ik besluit om hun voorbeeld te volgen. Bij het buitengaan passeer ik langs een poster-grote kleuterfoto van Donald. De gasten worden verondersteld hier hun verjaardagswensen op te schrijven. De foto is al helemaal volgekrabbeld met felicitaties en complimenten. Alleen het oorlelletje is nog vrij.

“Down with Capitalism”, schrijf ik er op. Net onder het oorgat, zo moet hij het wel horen. Juist als ik er een uitroepteken achter gezet heb, voel ik een arm tegen de mijne wrijven. “En wat heb jij geschreven?” zegt een oudere heer van het kleverige soort.

“Wie bent u?” vraag ik. Hij blijkt de man te zijn die de winkelruimte in Trumps gebouwen verhuurt.”Wat heb je geschreven?” herhaalt hij.

“Ik denk niet dat u daar oren naar hebt”, zeg ik en laat hem staan. Op Fifth Avenue is de sneeuw in de goot gewaaid.

 

*      *      *

 

Nawoord: Gelukkig heb ik later nog een optreden van Eartha Kitt kunnen bijwonen. De zangeres die door Orson Welles “de meest opwindende vrouw ter wereld” werd genoemd, stierf in december 2008.

 

 

 

 

 

Posted in Midtown | Tagged , , | Leave a comment

THUIS IN WASHINGTON: OP BEZOEK BIJ GREET DE KEYSER

Greet aan het Hirshhorn Museum, haar favoriete museum op de Washington Mall.

Greet aan het Hirshhorn Museum, haar favoriete museum op de Washington Mall.

Al sinds 2000 is Greet De Keyser een vertrouwd gezicht in Vlaamse huiskamers. Eerst voor de VRT en nu voor VTM rapporteert ze het nieuws uit Amerika. Haar huidige opdracht –de presidentsverkiezingen verslaan- bevalt haar uitstekend. “Ik wist dat het spannend zou worden maar dat het zo intens zou zijn had ik nooit verwacht”, zegt Greet. Haar contract loopt tot na de inauguratie van de volgende president. Wat ze daarna gaat doen staat nog niet vast maar terugkeren naar België zit er niet in. “Ik mis België soms”, zegt ze, “maar mijn partner Bart en ik hebben hier ons leven uitgebouwd”.  “Hier” is de Amerikaanse hoofdstad, waar ze sinds 1999 woont en werkt.  Samen met fotograaf Bart Michiels ging ik er op bezoek. Onze reportage verscheen deze week in Knack Weekend. Hieronder een iets langere versie.

 

Een ellendige verkeersopstopping zorgt ervoor dat we met een uur vertraging Greets straat inrijden. De buurt oogt typisch Amerikaans voorstedelijk, met keurige, ruime huizen omringd door groen. Het is kwart voor negen ‘s avonds als we aanbellen. Greet laat ons binnen in haar comfortabel uitziend kantoor met grote ramen die op het oosten uitgeven. Ze ziet er elegant uit in een wikkeljurkje en beigekleurige hoge hakken. De begroeting is kort want de tv eist onze aandacht meteen op: een debat tussen Hillary Clinton en Bernie Sanders staat op het punt te beginnen. Daar wordt het volkslied al gezongen, het traditionele startsein van alle evenementen. Lui in een zetel voor tv liggen is er niet bij voor Greet. Met een geconcentreerde blik vat ze post achter haar bureau. “Tijdens het debat neem ik nota’s”, legt ze uit, “en ik zend en beantwoord tweets”. Het is drie uur ‘s nachts in België. Clinton en Sanders zijn nog maar net op het podium verschenen of de eerste tweets van slapeloze Belgen rollen binnen. Een man bekritiseert het witte jasje van Hillary. Twee uur later twittert Greet ter conclusie: “Goed debat waarin beide kanten sterk uit de hoek kwamen.” Maar haar taak zit er nog niet op. Ze zapt naar diverse tv-stations waar heel de waaier van rechts tot links nabeschouwingen geeft. Intussen neemt ze verder nota’s. Ze is bezig tot na middernacht. Dan mag ze naar bed maar niet voor lang: om vier uur, het holst van de nacht, moet ze uit de veren. Een kop koffie en vooruit. Greet heeft geen tijd te verliezen. Ze neemt de nationale en internationale perscommentaren op het debat door, checkt haar e-mail en bereidt haar bijdrage voor voor het middagnieuws van VTM. Tegen zes uur -het is nu middag in België- zit Greet aan haar computer klaar om via skype haar verslag te brengen. Ze krijgt anderhalve minuut. Voor een buitenstaander lijkt dit heel weinig voor al het werk dat er aan voorafgaat. “Het is een kwestie van routine”, zegt Greet die haar eerste stappen als reporter zette in 1986, eerst bij de radio en dan televisie.

De Betsy’s

Rond de middag ontmoeten we Greet opnieuw bij haar thuis. Het is een prachtige dag. Greet stelt ons voor aan haar partner Bart Vandaele die in de zonnige tuin aan het werk is. Ze leerde hem 15 jaar geleden kennen, hier in Washington. “Een gemeenschappelijke kennis stelde ons aan elkaar voor in Le Bistro Du Coin, een Frans restaurant”. Bart is kruiden aan het overplanten in potten. “Die zijn bestemd voor onze restaurants”, zegt hij. Bart is chef en eigenaar van Belga en B Too, twee Belgisch geinspireerde restaurants op een half uur rijden van hier. Rond ons scharrelen zeven stevig uitziende kippen. “Ze heten allemaal Betsy”, zegt Bart, “ik geef ze de groenteafval van de restaurants. Ze leggen veel eieren, te veel om zelf op te eten en te weinig om in de restaurants te gebruiken. We geven er veel weg aan buren en vrienden”. Bart houdt van zijn Betsy’s. In de zitkamer hangen foto’s en een tekening van kippen van kunstenaar Koen Van Mechelen. Het leven van een buitenkip aan de rand van Washington DC is niet zonder gevaren. Greet wijst naar het stukje bos achter de houten tuinomheining. “Daar woont een vos die al verschillende kippen heeft gedood”, vertelt ze, “ook roofvogels durven er mee aan de haal gaan”.

Greet en haar partner Bart Vandaele  en hun  "Betsy's".

Greet en haar partner Bart Vandaele en hun “Betsy’s”.

Op het dak

 Greet moet terug aan het werk. Straks gaat ze opnieuw live, dit keer op het VTM-avondnieuws. We rijden samen naar de studio’s van Mobile Video in het hart van Washington. Greet is kind aan huis in dit  facilitair bedrijf dat gebruikt wordt door zowel nationale als internationale tv-stations. Als Amerika-correspondente voor de VRT van 2000 tot 2005 en dan, na een loopbaanonderbreking, van 2008 tot 2013, kwam ze er vaak over de vloer. De timing is strak voor live-uitzendingen. “VTM huurt de opnameruimte en camerapersoon voor tien minuten”, vertelt Greet.

We klimmen een steile metalen trap op naar het dak van het gebouw. Er staan verschillende open witte tenten. Het zicht daarachter is ook voor de Vlaamse tv-kijker vertrouwd. Meest prominent is de witte koepel van het Kapitool (waar het Congres zetelt) die tegenwoordig in de steigers staat voor restauratie. CNN heeft een verdiep lager zijn eigen dak met verschillende tenten met hetzelfde uitzicht. Nu zijn de tenten onbemand maar dat is niet altijd zo. “Op drukke momenten staan we hier met meerdere samen”, vertelt Greet me later. “ Veel journalisten die met Mobile Video werken zijn Europeanen. Die hebben vaak hun nieuwsuitzendingen op dezelfde momenten als wij bij VTM. Het komt er dan op aan om je te concentreren zodat je de stem van de journalist naast je uit je gehoorsveld bant.”

In gedachten zien we ze staan, in hun witte tenten op dit dak, tientallen reporters die in tientallen talen dezelfde korte samenvatting geven, tegen dezelfde symbolische achtergrond.

De Amerikaanse cameraman waar Greet regelmatig mee werkt is al op post. Greet weet exact waar ze moet staan om de achtergrond goed in beeld te brengen. De neus nog even gepoederd en one, two, three, go! Greet heeft exact 1 minuut en 45 seconden om haar verslag te brengen. Ze is ontspannen, ook al heeft ze slechts vier uren geslapen en wordt ze geplaagd door een hardnekkige hoest. De opname verloopt vlekkeloos. Greet is twaalf uren in de weer geweest voor een totaal van nog geen vier minuten uitzending. Ze krijgt een berichtje dat haar opdrachtgevers tevreden zijn. “Dat helpt”, zegt Greet, “het is aangenaam werken met VTM. Mijn input wordt gewaardeerd. Er zit een duidelijke lijn in de manier van werken en de planning. De taken zijn goed verdeeld. We hebben een Team USA dat uit drie personen bestaat. Ik ben de Amerika-deskundige die de gebeurtenissen rond de verkiezingen analyseert. Romina Van Camp maakt reportages ‘on de road’ zoals over de muur die Trump wil bouwen aan de grens met Mexico. Elke Pattyn levert bijdragen vanuit de VTM-studio. Ik reis wanneer nodig zoals naar Iowa en New York voor de voorverkiezingen.”

Mist ze het maken van uitgebreidere reportages? “Ik ben realistisch”, antwoord Greet, “ik wist op voorhand wat er van mij werd verwacht. Komt daarbij ook dat we niet met oneindige budgetten werken. De verslaggeving over de aanslagen in België en andere Europese onderwerpen eisten veel middelen op. En niemand vermoedde dat de Amerikaanse voorverkiezingen zo veel en zo lang aandacht zouden krijgen.” Is er een verschil tussen hoe ze het nieuws vroeger presenteerde voor de VRT en nu VTM? “Helemaal niet”, antwoordt Greet resoluut, “mijn taak is dezelfde. Ik word verwacht om de gebeurtenissen van hieruit zo begrijpelijk mogelijk weer te geven.”

Op ontdekking

Het is intussen twee uur. “Kunnen we je lunch aanbieden?” vragen we. “Voor mij hoeft dat niet”, zegt Greet. Ze voegt er lachend aan toe: “Cameraploegen die me kennen en met mij op stap gaan, weten dat ze beter een snack meebrengen”. Dat komt goed uit. We hebben bananen, gedroogde veenbessen en cashew-noten bij. We bieden ze haar aan, ze neemt welgeteld één nootje. Voor haar lijn hoeft ze het niet te laten. “Ik fiets, jog en wandel graag”, zegt ze, “in tegenstelling tot Bart. Ik trek er dan ook vaak alleen op uit. Ik ben altijd nieuwsgierig naar mijn omgeving en de geschiedenis ervan. Zo botste ik enkele jaren geleden tijdens het joggen langs een onverharde weg op een verwaarloosde begraafplaats voor zwarte slaven. Onlangs is men begonnen met de opknap”. Washington en de voorstad Alexandria, waar Greet woont, waren tijdens de burgeroorlog toevluchtsoorden voor slaven die waren ontsnapt uit zuidelijke staten. ’s Namiddags toont Greet ons nog een andere begraafplaats van bevrijde slaven die recent in eer werd hersteld, al moest daar een kantoorgebouw voor worden gesloopt. Er staat een monument, een allegorische voorstelling van de slavernij. “Dat beeld vind ik niet mooi maar het is een aangrijpende plek”, zegt Greet.

Wat verder komen we aan de Woodrow Wilson Bridge. De Potomac is hier breed. “We staan in een overstromingsgebied”, zegt Greet terwijl we over een pier stappen met links en rechts dichte begroeiing. “Met wat geluk kom je hier bevers tegen”. “Naast de brug is een fiets- en wandelpad. Van hier is het 15 kilometer fietsen naar het Lincoln Memorial in Washington en 35 km naar Mount Vernon, de 18de eeuwse villa en slavenplantage van George Washington, de eerste president. Greet komt hier vaak. “Langs het water is het echt zalig fietsen”, zegt ze. “Ik ken intussen ook de kleinere zijwegels waar minder joggers en fietsers zijn. Het pad is vooral in het weekend erg druk.”

Later wandelen we langs zorgvuldig gerestaureerde 18de en 19de eeuwse huizen in Old Town Alexandria. Ook de kleinste huisjes, waar ooit zwarte en blanke arbeiders in woonden, zijn nu veel geld waard. De typische bewoner in Old Town is tegenwoordig blank, ouder en welstellend. Alexandria was vroeger een havenstad. Een van de meest pittoreske straatjes is Captain’s Row. Het is geplaveid met ‘Belgian cobblestones’ (kasseistenen) en wordt verlicht met gaslantaarns. Op King Street, de hoofdstraat van Old Town, komen we zowaar een restaurant tegen dat Brabo heet. “De eigenaar is de zoon van een Antwerpenaar”, zegt Greet, “Het menu is geinspireerd door de traditionele Belgische keuken.” Het logo van het restaurant is een tekening van het befaamde standbeeld op de grote markt van Antwerpen.

We keren terug naar Washington DC. We rijden langs bekende plaatsen zoals het Kapitool, het Witte Huis, de Library of Congress (de grootste bibliotheek ter wereld), de National Gallery, het National Air & Space Museum, het International Spy Museum, het Museum of the American Indian en het in aanbouw zijnde National Museum of African History. Greet is een enthousiaste gids. Ze houdt van haar stad en kent die op haar duim. “Twintig jaar geleden vond ik Washington vrij saai”, zegt ze, “Intussen is de stad veel dynamischer geworden. Er is volop geinvesteerd in restauratie, parken en cultuur. Vroeger raadde ik bezoekers aan om twee dagen uit te trekken voor Washington. Tegenwoordig krijg je makkelijk vier dagen vol.”

Het is druk op de Mall, het bekende park tussen het Lincoln Memorial en het Kapitool. Het jaarlijkse Cherry Blossom Festival is bezig. Het grootste lentefeest van het land trekt meer dan anderhalf miljoen bezoekers.  We wandelen over de Mall naar de Hirshhorn, een cilindervormig museum van moderne en hedendaagse kunst.  Greet komt hier graag. in de museumtuin staat haar favoriete sculptuur, een werk van de Spanjaard  Juan Muñoz. Het is een een groep van vijf bronzen figuren met bolvormige onderlichamen. ” Muñoz stierf in 2001, twee weken voor de installatie van dit werk”, vertelt Greet. “Ironisch genoeg heet het ‘Last Conversation Piece’.”

Een andere plek waar Greet graag vertoeft is de Georgetown Waterfront. Het is een uur voor zonsondergang als we er passeren. Het is druk op de café- en restaurantterrassen met zicht op de Potomac, het Kennedy Center en de Key Bridge. Er liggen boten aan waarop mensen cocktails drinken. “In de zomer zijn de vrouwen vaak in bikini”, zegt Greet, “Dit is de ‘Place m’as tu vu’ van Washington”. Achter ons rijzen luxe-flatgebouwen. Georgetown is de duurste wijk van Washington DC.

Konijn met pruimen

Onze volgende bestemming is Capitol Hill. “Bart en ik hebben hier gewoond toen de wijk geen al te beste reputatie had”, vertelt Greet, “Heel wat mensen raadden hem af om hier een restaurant te openen”. Belga Café bestaat intussen twaalf jaar. “In die tijd is de buurt veel veranderd”, aldus Greet, “het is een populaire bestemming geworden waar mensen komen eten en winkelen.” Belga Café maakt een gemoedelijke indruk. Het is bekend voor Belgische klassiekers zoals mosselen met frieten en zijn uitgebreide Belgische bierkaart. Het dakterras, de Betsy, inderdaad genaamd naar Bart zijn kippen, zou niet misstaan in een hipsterwijk in Brooklyn. Net zoals de knappe ‘street art’ in het leuke steegje achter het restaurant.

In 2013 opende Bart zijn tweede restaurant, B Too. Het ligt op enkele kilometers van Belga Café. Het is al aardig volgelopen als we er arriveren. Bart komt ons begroeten. Zelf koken in zijn restaurants doet hij nog zelden. Hij overziet intussen 110 personeelsleden in beide restaurants die alle dagen open zijn. De chef in B Too is Antwerpenaar Dieter Samyn. Net als zijn baas straalt hij een en al energie uit.  Het interieur en het menu van B Too zijn meer ‘upscale’ dan in Belga. De gerechten op het menu staan ook in het nederlands vermeld:  “Erwtjes met Avocado”, “Witte worst met appeltjes”, “Garnaal kroket” en zelfs “Konijn met pruimen”. Vele Amerikanen vinden konijnevlees eten taboe. Bart brengt daar verandering in. “Het is tegenwoordig een van onze populaire gerechten”, zegt hij. Dat en de wafels, meer dan vijftien soorten, van hartig tot zoet. Tegen negen uur draait het restaurant op volle toeren. Alle 170 zitplaatsen zijn bezet. “Het restaurant doet het goed”, zegt Greet, “ondanks het feit dat er in het laatste anderhalf jaar 35 restaurants zijn bijgekomen in de buurt. Zes daarvan zijn intussen al overkop gegaan”. Twee klanten herkennen Greet. Ze zijn vandaag toegekomen uit België. Bart en Greet zijn een beetje een ‘power couple’ in de plaatselijke restaurantwereld.  Hij is bekend door zijn restaurants en zijn deelname aan het Amerikaanse tv-programma “Top Chef”. De bekendheid van Greet in haar land van afkomst helpt dan weer toeristen, zakenmensen en politici uit België aantrekken.

Bart Vandaele in BTOO.

Bart Vandaele in BTOO.

“Tijdens mijn loopbaanonderbreking zorgde ik voor de public relations van de restaurants en heb ik de website, Facebook-pagina en andere sociale media zoals Twitter en Snapchat op poten gezet”, vertelt Greet. “Maar ik werk niet echt in de restaurants zelf. Je zal mij nooit zien opdienen of manager spelen. Wel probeer ik regelmatig in de restaurants te zijn om mensen te begroeten. De Belgen en de vaste klanten waarderen die extra persoonlijke touch.”

Mist ze België? “Soms wel”, geeft Greet toe. “Vooral omdat ik er zoveel echt goede vrienden heb die ik veel te weinig zie. Dat geldt ook voor mijn familie. Ik heb een sterke band met mijn ouders en zus. Mijn petekind Elias is vorige week 18 geworden. Er is contact via Skype en FB maar dat is toch wat veraf allemaal.”

Toch denkt ze niet aan terugkeren. “ Bart en ik hebben ons leven hier uitgebouwd. En professioneel heb ik hier weer de kans om te doen wat ik graag doe.”

Ze houdt van Amerika zonder het land te idealiseren. “Amerika heeft ruimte en geeft mij nog altijd het gevoel dat er veel mogelijk is. Tegelijk besef ik maar al te goed dat ook hier de maatschappij steeds meer bekrompen wordt. Het land van de vrijheid en de immigranten heeft in de afgelopen 20 jaar een ander gelaat gekregen. Ik zie veel gelijkenissen met de sociale evolutie in Europa waar grenzen nu meer en meer gesloten worden, letterlijk en figuurlijk. Ik begrijp ook veel beter de schrik van de Amerikanen voor de wurggreep van de overheid.”

Het was een lange dag voor Greet. We nemen afscheid en spreken af om elkaar drie dagen later in New York terug te zien.

Geen rust

Greet is in New York om de voorverkiezingen en de VN-klimaattop te verslaan. We hebben afgesproken in het Millenium UN Plaza Hotel recht tegenover de Verenigde Naties. Greet is opnieuw om vier uur opgestaan. De VTM-kijkers hebben haar ook vandaag op het middag- en avondnieuws gezien. “Dit is de vijfde verkiezingscampagne die ik versla”, zegt ze, ” Ik heb nog nooit zo’n verdeeldheid gezien. Aan beide kanten is er massale kritiek op de partij-elites, net als in Europa. Je vraagt je af hoe dat verder zal evolueren.”

We praten over de Obama-jaren en het gesprek belandt, onvermijdelijk, bij het onderwerp  ziekteverzekering. “Obama heeft niet genoeg van zijn plannen kunnen doorduwen”, zegt Greet, “Er zijn geen serieuze toegevingen gekomen van de medische en farmaceutische sectoren. Dat maakt dat de medische kosten blijven stijgen. Onder Obamacare zijn nu inderdaad tien miljoen Amerikanen meer verzekerd dan in 2010. Het probleem is dat hun opleg vaak zo groot is dat ze niet of te laat naar de dokter gaan of, in het ergste geval, er financieel onderdoorgaan. Mocht er mij persoonlijk iets erg overkomen dan hoop ik dat ik me in België kan laten verzorgen. Ik ben daar nog altijd verzekerd.”

Ik vraag haar nog of ze het soms moeilijk vindt om haar persoonlijke voorkeur of afkeer van kandidaten   niet te laten blijken tijdens haar verslaggeving. “Nee”, zegt ze, “maar ik wil je gerust verklappen dat ik het tijd vind voor een vrouw in het Witte Huis.”

Enkele uren later vliegt Greet terug naar Washington. Een dagje relaxen is er niet bij. Prince is die ochtend dood aangetroffen. VTM wil dat ze meteen naar Minneapolis vliegt. Het is nog donker als ze de volgende ochtend om zes uur aan de met paarse ballonnen behangen afsluiting van Prince zijn domein met de microfoon in de hand klaar staat voor haar live verslag. Het is middag in België.

 

NASCHRIFT: Enkele dagen later e-mailt Greet: “Mijn dagje was gisteren wat door elkaar geschud. Er was op klaarlichte dag een vos in de tuin geraakt. Ik had het een beetje te laat gezien. Een van onze kippetjes heb ik uit zijn klauwen kunnen redden. Een andere heb ik gewond terug gevonden, voor 2 Betsy’s was het te laat. We hebben er nu dus nog 5 over. De gewonde is aan de beterhand. Ze zit in een grote doos in onze keuken tot ze weer helemaal beter is. Bart is the best doctor ever!”

 

 

 

Posted in VS buiten New York | Tagged , , , | Leave a comment

NEW YORK DEJA VU

Generated by IJG JPEG Library

George Clooney begroet fans tijdens het filmen van “Money Monster” in downtown Manhattan

Veel mensen die voor het eerst naar New York komen, ondergaan een deja vu-effect: de stad voelt hen bekend aan. Dat is niet verwonderlijk: geen stad is zo vaak te zien in films en tv-series als New York. Het is best mogelijk dat je zelfs tijdens een kort bezoek op een filmploeg stuit die net opnamen aan het maken is. Onlangs had ik werkafspraken die me achtereenvolgens van Midtown naar Wall Street en tenslotte naar Williamsburg in Brooklyn brachten. In elke van deze buurten kwam ik filmsets tegen. Uit de  bordjes die de productiebedrijven op voorhand aan de straatpalen moeten bevestigen, kon ik opmaken dat er gefilmd werd voor drie tv-series, “The Americans”, “Madam Secretary” en “Girls”.

location

Mijn vriendin Ans Heerdink-Schickler woont in Vinegar Hill. Dit piepkleine, wat verdoken 19de eeuwse wijkje is een van de meest pittoreske plekjes van Brooklyn. Filmmakers en fotografen zijn dol op de kasseistenen straatjes met ouderwetse winkeletalages. ” ‘Extremely Loud and Incredibly Close’  en ‘Boardwalk Empire” zijn hier komen filmen”, vertelde Ans me, “De laatste weken zijn er opnames bezig voor de tv-serie ‘Elementary’ “.

De filmindustrie bloeit opnieuw in New York. De stad was het centrum van de filmproductie tot die rond 1930 naar Californie verhuisde. Tegenwoordig worden er tijdens een typische week opnamen gemaakt voor meer dan honderd TV-shows, films en documentaires, reclamespots niet inbegrepen. In 2015 werden er 336 films geproduceerd tegenover 242 in 2014. In diezelfde periode werden er 46 TV-series gemaakt tegenover nog geen 10 een decennium geleden.

Een camera-ploeg aan het werk op Times Square

Een camera-ploeg aan het werk op Times Square

Vanwaar die explosieve groei? Een reden is New York zelf: de stad is meer dan ooit een ster met internationale allure. Een tweede is de gulheid waarmee de staat New York sinds 2004 subsidies uitdeelt aan film- en tv-makers. De staat betaalt 30 procent van de lonen van de cameraploegen en van lokaal gemaakte kosten zoals catering. In ruil moet 75 procent van de opnamen en post-productie in New York gebeuren. New York helpt met logistiek zoals politiebewaking. De subsidie kostte de staat 400 miljoen dollar in 2015 maar levert New York enorm veel publiciteit op wereldwijd. Toch is ze controversieel omdat er tegelijk besnoeid wordt op broodnodige diensten zoals sociale huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg. Julie Menin, de New Yorkse schepen van Media en Entertainment heeft daar geen oren naar. Ze zegt dat film-en TV-productie bijna 9 miljard dollar bijdraagt aan de economie van de stad en goed is voor 104.000 jobs. Veel van de jobs zijn volgens haar goed betaald en steunen op hun beurt de middenstand.

Filmopnames voor de Batman-film "The dark knight rises" in Wall Street

Filmopnames voor de Batman-film “The dark knight rises” in Wall Street

Niet alleen New York subsidieert de filmindustrie. Andere steden en staten doen het ook. Zelfs Vlaanderen. De trend begon eind de jaren 1990 in Canada. Een stad als Montreal prees zichzelf aan als “a New York City like location”. Met succes. Zelfs de film “The Rudy Giuliani Story” (2003) over de beruchte New Yorkse burgemeester werd in Montreal gemaakt. Vancouver werd een ander alternatief decor voor pseudo- New Yorkse opnamen. Maar nu is New York zelf een van de meest verwelkomende locaties voor de filmindustrie. De concurrentie is intens. De script-schrijvers passen zich aan: ze weten dat hun verhaal meer kans maakt om verfilmd te worden als ze het situeren in staten die het gulst zijn met subsidies.

Ik beken dat ik ook al heb overwogen om een graantje mee te pikken. Ik zou zoals sommige New Yorkers een ‘agent’ kunnen aanstellen om mijn huis te promoten als film-locatie. Lach niet. Een van mijn buren heeft een mooie cent verdiend door zijn 19de eeuwse Victoriaanse villa verschillende keren te verhuren voor opnamen van “Boardwalk Empire”. Een andere had de ploeg van “Person of Interest” over de vloer en nog een andere die van “Gotham”. Reken op 10.000 tot 20.000 dollar huur voor enkele dagen tot honderdduizenden dollars voor verschillende weken of maanden.

Een film crew in huis halen is niet voor iedereen. Het gezin dat zijn charmante ‘brownstone’ in Clinton Hill in Brooklyn had verhuurd voor opnamen van “The Intern” (met Anne Hathaway en Robert De Niro) werd voor drie maanden op hotel gestuurd, weliswaar op kosten van de productiemaatschappij. “Je huis is niet meer van jou”, zei een buur die enkele dagen een filmploeg in huis had gehad. Meubels worden verplaatst of verwijderd,muren worden herbehangen of de tuin wordt heraangelegd. Begrijpelijk dat de crew niet wil dat de eigenaars in de weg lopen. Dan zijn er de buren die klagen dat ze soms dagen- of wekenlang niet mogen parkeren in hun straat of zich een weg moeten banen door fans die een glimp willen opvangen van een of andere ster.

Central Park in de film "Home Alone"

Central Park in de film “Home Alone”

Sommige wijken zijn meer in trek dan andere. De top hotspot van New York is midtown met iconische decors zoals de Empire State Building, het Rockefeller Center, Broadway en Times Square, gevolgd door Williamsburg in Brooklyn, een mengeling van 19de eeuwse arbeiderswoningen, gerestaureerde pakhuizen en nieuwbouw. Komen er genoeg klachten binnen van bewoners dan wordt in hun buurt een filmverbod van drie tot zes maanden uitgevaardigd. De knusse 19de eeuwse straten van de West Village en de oude havenwijk South Street Seaport in Manhattan, de voormalige industrie- en havenwijk Long Island City in Queens en exclusief geworden woonwijken zoals Brooklyn Heights en Clinton Hill hebben allemaal al filmploegen geweerd. De stad spant zich in om stadsdelen zoals de South Bronx en Staten Island te promoten bij filmmakers, om zowel de overlast als het profijt (voor de plaatselijke horeca) te verdelen.

The Silvercup studios in Long Island City, Queens

The Silvercup studios in Long Island City, Queens

Intussen hebben de grote New Yorkse filmstudio’s aangekondigd dat ze gaan uitbreiden. Steiner Studios vergroot haar studio’s in de Brooklyn Navy Yard. Silvercup Studios wil een nieuwe studio bouwen in de Bronx. Broadway Stages gaat studios bouwen in een voormalig gevangeniscomplex in Staten Island.

De Steiner Studios liggen naast Vinegar Hill waar mijn vriendin Ans woont. Voorlopig leven de buurtbewoners met de regelmatige invasies van filmploegen. “Maar voor wat hoort wat”, zegt Ans die schatbewaarster is van de plaatselijke buurtvereniging. “Het is de gewoonte in New York dat grotere producties een schenking doen. Onze groep gebruikt het geld om de buurt te verfraaien; om jonge bomen te beschermen en bloemen te planten.”

Opnames voor de resie "Gossip Girl" in de Upper East Side

Opnames voor de serie “Gossip Girl” in de Upper East Side

Dit stuk verscheen eerder in het reismagazine “Goodbye”. www.goodbye.be   Dit blad kan ook besteld worden via Bol.com

 

Posted in Brooklyn, Downtown, Kunst in NY, Midtown, Queens, Straatbeelden, Upper East Side | Tagged | 1 Comment